Tag Archives: Ruud Bruijns

[BOEK] Liever revolutie dan oorlog! door Ruud Bruijns

Het recent uitgekomen boek over de Internationale Socialistische Anti-Oorlogsliga (1931-1939) geeft nieuwe inzichten over de rol van de Liga in de periode tussen de twee grote Europese oorlogen van de 20ste eeuw. Schrijver is historicus Ruud Bruijns die bekendheid geniet vanwege zijn onderzoek over de persoon Joris van Severen en het Verdinaso. Bruijns heeft met zijn boek over de Liga een aantal interessante vondsten boven tafel weten te halen en laat met meerdere schetsen zien hoe een politieke partij, vakbond en buitenparlementaire activisme ook toen al moeizaam door een deur konden; pragmatisme tegenover idealisme, gematigd tegenover radicaal, zelfs al komen de opvattingen overeen. Daarbij gaat de historicus in zijn boek dieper in op de keuze voor het gebruik van geweld, de rol van het antimilitarisme en antifascisme in de sociaal-democratie, het falen van het internationalistisch denken en de aanwezigheid van de Liga bij de nationalistische IJzerbedevaart.

De Liga wenste voor het antimilitarisme en antifascisme de massa te mobiliseren. Alle voornemens van ‘de massa’ ten spijt, sloeg de Liga in Nederland en België nooit werkelijk aan buiten socialistische kringen. Ze was ideologisch aangesloten bij de internationale links-socialistische stroming en trachtte uit het sociaal-democratische publiek activisten te winnen die de buitenparlementaire actie genegen waren. Hoewel de Liga zich voorstond op het internationalisme bleek zelfs de taalbarrière een organisatorisch probleem en was de Liga overwegend Vlaams, de Nederlandse afdeling veel kleiner en in Wallonië minuscuul. Het internationalisme van de Liga werd zelfs binnen de sociaal-democratie gezien als een risicofactor, aangezien het leidde tot illegale hulp aan Duitse vluchtelingen in de jaren dertig en zelfs clandestiene activiteiten in Duitsland. De partijen in Nederland (SDAP) en Vlaanderen (BWP) deden er alles aan om deze grensoverschrijdende activiteiten in de kiem te smoren. Het belangrijkste onderwerp van de Liga was het anti-militarisme, de Liga profileerde zich met steun aan stakers en dienstweigeraars met een duidelijk socialistisch en anarchistisch profiel.

De Liga wilde een ‘derde macht’ worden, naast de politieke partij en de vakbond, het was een idee dat via Nederland overwaaide en in Vlaanderen omarmd werd. Binnen de sociaaldemocratie waren er traditioneel twee pijlers: de partij en de vakbond. De keuze binnen de partij om te conformeren en hiermee posten in regeringen te verkrijgen liep uit op botsingen, toen in 1935 Paul-Henri Spaak een regeringspost aanvaardde, werd hij door het Brusselse Liga-bestuur voorgedragen voor uitsluiting, aangezien het Liga-lidmaatschap onverenigbaar was met een ministerspost in de Belgische kapitalistische regering. De Liga-militant hoorde afstand te nemen van de burgerlijke partijpolitiek en voor een strijdbaar militantenleven te kiezen. Met het ‘Plan van de Arbeid’ van Hendrik de Man (1934/1935), bewoog de sociaaldemocratie weg van het antifascisme en antimilitarisme, de stokpaardjes van de Liga. Dat betekende op termijn ook een breuk met de massamobilisatie binnen de sociaaldemocratie zoals de Liga die voorstond, aangezien het doel van De Man een regeringsdeelname was. Omdat de verhoudingen ijzig geworden waren zou de Liga in het najaar van 1935 uiteindelijk uit de volkshuizen van de partij worden gezet.

Opvallend is dat men in het onderwijs van vandaag het idee meegeeft van een uniek gewelddadig fascisme in het interbellum, echter in het Belgische en Nederlandse politieke landschap waren de drie grote politieke partijen er ook niet vies van om politiek geweld te gebruiken tegen tegenstanders gedurende de verkiezingstijd. Uit Bruijns zijn onderzoek is gebleken dat de Liga een significant overwicht had ten opzichte van bijvoorbeeld het Verdinaso. De Liga slaagde er vaak in om Dinaso-propagandatochten en –vergaderingen te verstoren, terwijl Bruijns geen enkel geval heeft kunnen vinden waarbij een Liga-vergadering door rechtse tegenstanders met geweld werd verstoord. De Liga in Nederland ging actief de strijd aan met fascistische groeperingen, ondanks het feit dat de Nederlandse Liga-tak beduidend kleiner was dan de Vlaamse. Toch werd al midden 1934 het geweld – onder druk van de politieke partij – ingeruild voor het debat, als manier om het fascisme te bestrijden. En wat betreft het militaire voorkomen en optreden van de Liga? Het argument van militarisering werd tegengeworpen met het concept van ‘soldaten voor de vrede’.

In een poging om bruggen te slaan naar de jongere generatie, maar ook over de politieke scheidslijnen heen, kwam de Liga in de Nooit-meer-oorlog Federatie terecht, deze federatie nam deel aan de jaarlijkse bijeenkomst IJzerbedevaart, waar onderwerpen als pacifisme, maar ook nationalisme de boventoon voerden. De Liga had echter een langere relatie met de IJzerbedevaart dan tot op heden is aangenomen al verliep deze niet zonder problemen, in 1933 werd de Liga-werving bij IJzerbedevaart onderbroken, de colportage liep uit op een gewelddadige confrontatie met het Vlaams Verweer en deze botsing had niet van doen met het antimilitarisme. De Internationale Socialistische Anti-Oorlogsliga kende een geruisloos einde, want op het belangrijkste moment bleek ze tot niets in staat te zijn. Toen op 26 augustus 1939 de eerste fase van mobilisatie voor het leger werd afgekondigd was er niets wat de Liga hiertegen kon uitrichten en opvallend genoeg was het tevens de dag waarop de laatste editie van haar blad Het Liga Sinjaal uitkwam. Voormalige Liga-leden in Nederland en Vlaanderen speelden in de naoorlogse vredesbeweging nagenoeg geen enkele rol.

Liever revolutie dan oorlog!
Ruud Bruijns
Uitgeverij: Vrijdag
Prijs: 24,95 euro
335 blz.