Boeiende nieuwsbrief Taalverdediging over actuele taalstrijd

De voornaamste verdediger van de Nederlandse taal, de Stichting Taalverdediging, laat in het laatste nummer van haar nieuwsbrief met scherpe artikels zien dat ze bovenop de ontwikkelingen zit. We zien de verdere invloed het Engels, door allerlei Engelse woorden die de Nederlandse woordenschat worden ingerommeld, het onderwijs dat volledig verengelst en de grote steden die ook steeds meer de Nederlandse taal verliezen. Taalverdediging gaat duidelijk voorop in de ontmaskering en de actie tegen dit proces.

In meerdere artikels in het blad weet men in Nederland en zelfs Vlaanderen en Zuid-Afrika de lezers op de hoogte te brengen van hoe de Engelse taal inmiddels overal in ferme strijd met het Nederlands is verwikkeld. Zo over de ontnederlandsing van de namen van steden, in een artikel van Kees Ruig, over hoe men deze in persorganen gewoon maar een buitenlandse variant overneemt met als voorbeelden Putin i.p.v. Poetin en Kyiv i.p.v. Kiev.

Taalkundige Marcel Bas ziet dat er in Nederland ook een hoop woorden uit de taal verdwijnen, omdat ze niet meer dagelijks worden gebruikt. Dan kan men denken aan beroepen die niet meer bestaan, zoals een porder, iemand die langs de huizen ging om mensen te wekken. Evenwel worden veel nieuwe beroepen, maar ook gebruiksvoorwerpen, direct in het Engels onze woordenschat ingebracht. Denkt aan accountant (rekenmeester) of usb-stick (geheugenstaafje)

Opvallende inzichten die nog naar voren worden gebracht gaan over het verminderen van het Nederlands op Vlaamse scholen, de zwakke houding van het Genootschap Onze Taal tegenover het Engels, de devaluatie van de positie van de leraar Nederlands, de snelle opkomst van de Engelse voertaal in winkels en horeca én de onmogelijkheid voor buitenlanders om nog goed Nederlands te leren in Nederland zelf.

Luchthaven Schiphol brengt Nederlands terug op wegbewijzering

Nederlands grootste luchthaven Schiphol, gelegen ten zuiden van de stad Amsterdam, heeft ervoor gekozen om op de wegbewijzering toch weer met de eigen inwoners te communiceren. Met grote letters spreekt men mensen uit de Anglo-Amerikaanse wereld aan, met daaronder in het klein de Nederlandse bewoording. Dat is een verbetering, want in het verleden bood men het Nederlands publiek helemaal geen aanwijzingen. Dit berichten bronnen uit de Nederlandse organisatie Taalverdediging, een stichting die opkomt voor de Nederlandse taal, die zich al jarenlang intensief bezighoud met deze kwestie.

In de golf van het internationalistisch extremisme is Schiphol als luchthaven in Nederland altijd vooropgegaan. Men heeft er altijd op voorgestaan het Nederlandse volledig te verwijderen van de luchthaven ‘Amsterdam Airport’ en zichzelf volledig te internationaliseren. Dat hield in het overal voeren van de Engelse taal. Een opmerkelijke keuze, ook van de opeenvolgende regeringen, omdat er zoveel gemeenschapsgeld in is gestoken en men vervolgens weigert de Nederlandse bevolking in de eigen taal aan te spreken.

Navraag bij de Stichting Taalverdediging over deze kwestie, laat men weten dat ze de borden-ontwikkeling scherp in de gaten houden en deze wijziging in het beleid zien als een gevolg van de eigen niet-aflatende strijd voor het herstel van het Nederlands op de grootste luchthaven van het land.

Sint-Pieters-Woluwe gaat de mist in met Google Translate voor officiële vertaling infoblad

Allerheiligen en Allerzielen volgende week. Tijd voor een bezoekje aan de overleden dierbaren voor velen. Zo ook in  Sint-Pieters-Woluwe. Deze gemeente in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geeft een blaadje uit en dat blaadje is – zoals de wet het voorschrijft – tweetalig. Maar de redactie bestaat duidelijk enkel, uit Franstalige medewerkers. Hoe we dat zo zeker weten? Omdat de aankondiging voor het onderhouden van de grafstenen in de gemeente NIET vertaald werd door een medewerker, maar wél door een vertaalmachine, vermoedelijk Google Translate of iets dergelijk. En hoe we dat dan weeral weten? Wel, wij zijn geen genieën, maar we kunnen wel een aardig woordje Nederlands. En wat er in WoluMag staat is absoluut géén Nederlands. Ontdek het hieronder zelf. En deze gemeente wordt bestuurd door regeringspartners MR en CdH. Wauw N-VA, jullie hebben er goede partners uitgekozen daar in de federale ivoren toren! Respect voor onze prachtige taal: 0,0! Communautaire stilstand: 100%. En klappen in die handjes!

wom1.jpgwom2.jpg

wom3.jpg

Taalverdediging haalt stevig uit naar verkenning KNAW

De voornaamste behartiger van de Nederlandse taal, de Stichting Taalverdediging, haalt in de nieuwsbrief van oktober stevig uit naar een verkennend onderzoek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Men verwijt de academici die aan het onderzoek gewerkt hebben vooraf aangereikte opvattingen van de regering te hebben overgenomen en zo niet een eerlijk onderzoek te hebben uitgevoerd. Daarbij ziet Taalverdediging een sterkte onderstroom binnen de academische kaste om de eigen taal en cultuur af te breken.

Het bewuste onderzoek van het KNAW is een verkenning met de titel ‘Nederlands en/of Engels? Taalkeuze met beleid in het Nederlands Hoger Onderwijs’. De onderzoeksvraag is vanuit het ministerie geformuleerd en wordt door het KNAW uitgevoerd. Het gaat de minister duidelijk niet om een discussie te voeren over de keuze voor Engels of Nederlands, maar een discussie over hoe we het beste uit beide werelden combineren en daar transparantie keuzes uit kunnen maken. Het gevolg is volgens Taalverdediging dan ook dat er een zeer beperkte opdracht is meegegeven.

Kritiek is er ook op de inhoud van de tekst. Taalverdediging heeft de verkenning kritisch doorgelopen en wijst erop dat men slechts de indruk geeft dat er naar alle aspecten van de problematiek is gekeken. Maar volgens de organisatie is dat niet juist. Men haalt dan ook het verzoek van de minister en een inleidende tekst van het KNAW aan om dit te onderbouwen;

“Van belang is verder dat de commissie haar opdracht primair heeft opgevat als het verzoek om de verschillende argumenten voor taalkeuze en bij het voeren van taalbeleid inzichtelijk in beeld te brengen. Maatschappelijke en politieke discussies over onderwerpen als de bijdrage van taal aan sociale cohesie of de relatie tussen taalbeleid en nationalisme zijn vermeden. Ook in de discussie over de wenselijkheid van de toename van het aantal Engelstalige opleidingen of de noodzaak van het behoud van de Nederlandstalige opleidingen mengt de verkenningscommissie zich niet.”

De verengelsing wordt op geen enkele wijze in discussie gesteld, zo stelt Taalverdediging met grote verontwaardiging. Men wijst erop dat het blijft bij de opvatting dat opleidingen zelf moeten bepalen of zij Engelstalig onderwijs wel of niet geven en dat er dus niet breder is gekeken. Volgens de organisatie missen er ook een aantal essentiële zaken in de verkenning, zoals de invloed van financiering, de rol van taal bij de algemene ontwikkeling van studenten en dat er naast het Nederlands en het Engels niet naar andere talen is gekeken.

Taalverdediging sluit zich aan bij actie tegen verengelsing hoger onderwijs

In het hoofdredactioneel commentaar van de laatste nieuwsbrief van de Stichting Taalverdediging gaat men in op de stappen die worden genomen tegen de verengelsing van het hoger onderwijs door het BON. (Beter Onderwijs Nederland) Er wordt middels een verhelderend overzicht aan de lezers duidelijk gemaakt in hoeveel opleidingen van de verschillende Nederlandse Universiteiten de taal van Vondel is afgedankt voor het Engels. Taalverdediging roept dan ook op om de petitie van BON te ondertekenen.

Na het omslagartikel lezen we meer over de gevolgen van de verengelsing in het onderwijs en welke uitwerking dit heeft op het kennisniveau van studenten en professoren. De schrijver spreekt er van een “…spoor van vernieling die door het honger onderwijs trekt.” Uit eigen ervaring kon de schrijver waarnemen dat de verandering van de studies naar de Engelse taal tot gevolg had dat studies van hoog niveau van de ene op de andere dag nog maar nauwelijks begaanbaar waren voor studenten en professoren. Men stond “…ineens met de mond vol tanden.”

Elders in het blad verbaast men zich over de rol van de Nederlandse Koning die het voor elkaar kreeg om op staatsbezoek aan Italië het publiek aldaar in het Engels toe te spreken, dus zowel niet in de taal van de Italianen noch in die van de Nederlanders. Sergio Mattarella, de President van Italië sprak gewoon in het Italiaans.

Het blad valt op door een brede waaier aan onderwerpen, uiteraard allemaal van doen met het wel en wee van de Nederlandse taal. Er is tevens veel aandacht voor de staat België, waar inmiddels alle officieren van het leger worden verengelst. Of voor de achterstelling van de Nederlandstaligen in de stad Brussel die vaak van doen hebben met een eentalige Franse benadering met name vanuit de lokale overheid.

Tegen verengelsing: Groot manifest der Nederlandse taal

201509_TaalverdedigingDe bekende belangenbehartiger van de Nederlandse Taal, de Stichting Taalverdediging, heeft in haar nieuwe nieuwsbrief van oktober prominent het nieuws gebracht van het ‘: Groot manifest der Nederlandse taal’. Het manifest is al opgesteld op 27 juni, maar is van dusdanig belang dat deze het verdient om nog eens voorgesteld te worden. Het is een waar pleidooi voor een taalrenaissance in het hoger onderwijs van de 21e eeuw te beginnen met Nederland.

Deze actiepunten van het groot manifest der Nederlandse taal, gaan dus over het gebruik van Engels en Nederlands in het hoger onderwijs. Het is opgesteld door het Taalcollectief, een verzameling van schrijvers, hoogleraren en onderzoekers die zich zorgen maken over de ontwikkeling van het Nederlands in het hoger onderwijs en daar stelling in wil nemen. Onder hen ook Ad Verbrugge, de voorzitter van Beter Onderwijs Nederland, die tevens heeft gepleit voor het gebruik van het Nederlands in het hoger onderwijs.

Het volledige manifest, met achtergronden en argumenten kunt u hier (pdf) neerladen. De tien actiepunten staan hieronder voor u op een rijtje.

Het groot manifest der Nederlandse taal

1. Artikel 7.2 van de Wet op het Hoger Onderwijs (WHW) – waarin wordt voorgeschreven dat het onderwijs en de examinering van de stof in beginsel in het Nederlands dienen plaats te vinden, tenzij er goede redenen zijn daarvan af te wijken – moet worden gehandhaafd én nageleefd. Of een specialistische (research-)master volledig Engelstalig moet worden, is afhankelijk van het vakgebied, het soort onderzoek dat wordt verricht en de context waarin dat plaatsvindt.
2. Er moet een fundamenteel debat op gang komen op universiteiten en hogescholen over de manier waarop men invulling geeft aan artikel 7.2. Bestuurders dienen daarover een open gesprek aan te gaan met docenten, studenten en het afnemend veld. Voor allerlei maatschappelijke sferen – het openbaar bestuur, het bedrijfsleven, de rechtspraak, het onderwijs, de media enzovoorts – blijft een goede beheersing van het Nederlands onontbeerlijk.
3. Het hoger onderwijs dient de zorg voor kennis van talen en culturen tot zijn kerntaak te rekenen. Studenten moeten in hun studie bij voorkeur met verschillende talen in aanraking komen; bi j uitstek in ‘talige’ studies als filosofie en geschiedenis, maar ook in studies als bedrijfskunde en rechten. In dat verband blijft de beheersing van de Nederlands taal het zwaarst wegen: zij is de noodzakelijke basis om andere talen goed te kunnen leren.
4. De beslissing over het gebruik van Engels in het publiek gefinancierde hoger onderwijs dient op inhoudelijke gronden te worden genomen. Ze mag niet alleen economisch of ideologisch gemotiveerd zijn en teruggaan op de wens om zoveel mogelijk buitenlandse studenten binnen te halen of hoog op de ranglijstjes te komen. Buitenlandse studenten wordt geadviseerd om toch vooral ook Nederlands te leren als ze hier komen studeren.
5. In het hoger onderwijs dient de vorming van studenten centraal te staan, waarbij deze vorming zich niet volledig los mag zingen van de wereld waarin we leven. Bij de inrichting van een opleiding dient daarom altijd ook de vraag te worden gesteld of studenten daarmee het beste worden voorbereid op de maatschappelijke uitoefening van hun beroep in de Nederlandse samenleving. Ook de wetenschap zelf heeft in haar uitoefening altijd een maatschappelijk karakter.
6. Universiteiten en hogescholen dienen duidelijk te maken in hoeverre zij trouw blijven aan hun ambitie om betrokken te zijn bij de samenleving en studenten te vormen tot ‘kritische burgers’. In hoeverre brengen ze de student daartoe algemene en persoonlijke vorming bij en dragen zij mede in het kader daarvan zorg voor de ontwikkeling van diens taalvermogen?
7. Universiteiten en hogescholen moeten aangeven in hoeverre hun onderwijs bijdraagt aan het gebruik van (academische) kennis in onze samenleving. Ook volgens de Wetenschapsvisie vormen distributie en adaptatie van kennis een kerntaak van de kennisinstellingen van de toekomst. Dat betekent tevens dat Nederlandstalig onderzoek een volwaardige plaats dient te krijgen in de beoordeling van de kwaliteit van iemands wetenschappelijke werk.
8. Het hoger onderwijs – en dus ook de universiteit – heeft een bijzondere verantwoordelijkheid met betrekking tot het onderwijsgebouw als geheel. De cultivering van het Nederlands als de instructietaal in ons onderwijs is om die reden een kerntaak van de desbetreffende wetenschappelijke vakdisciplines.
9. Mede met het oog op de integratie van allochtone jongeren en studenten uit taalzwakke milieus dient er meer aandacht uit te gaan naar Nederlands dan doorgaans het geval is. De invoering van een taaltoets alleen is niet voldoende! Studenten moeten in het hoger onderwijs geoefend worden in spreken, lezen en schrijven: minder meerkeuze-tentamens, meer presentaties, essays en openvragen-tentamens die ook op hun talige kwaliteit beoordeeld worden.
10. Indien er met het oog op de toekomstige beroepsuitoefening een bijzondere taalvaardigheid in een vreemde taal geboden is, dienen studenten daartoe gericht taalonderwijs te krijgen. Dat geldt ook voor Engels. Goed Engels doceren is namelijk iets anders dan in het Engels doceren.

Ook de Nederlandse kinderopvang wordt meertalig

NederlandsNMBSAls het aan Lodewijk Asscher, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ligt, wordt het op korte termijn mogelijk om buitenschoolse opvang meertalig aan te bieden. Dat staat in een brief van de minister aan de Tweede Kamer. (brief kinderopvang pdf) Het is nog slechts een ‘voorgenomen beleidswijziging’ die door de minister in gang is gezet door allereerst de Tweede Kamer voor te lichten.

Momenteel kan in de reguliere kinderopvang alleen de Nederlandse taal (of de Friese taal of een levende streektaal) als voertaal gebruikt worden. Er zijn wel uitzonderingen, maar gezien de ontwikkelingen elders in het onderwijs, lagen veranderen ook in de kinderopvang voor de hand. Dit uitgedachte plan zou volgens de minister aansluiten bij ontwikkelingen in het primair onderwijs, waar het al mogelijk wordt om een deel van de lessen in het Engels, Frans of Duits te geven.

De minister is op het idee gekomen door een plan van de gemeente Amsterdam. Daar heeft men dit idee postgevat, om een aantrekkelijker vestigingsklimaat voor zowel buitenlandse, tijdelijk werknemers als internationale ondernemers te willen creëren. En daarbij denkt men dat dit een goede aansluiting op internationaal en meertalig onderwijs geeft. Het past inderdaad in de lijn van wat elders in het onderwijs ook het geval is, namelijk het meertalig maken hiervan. In de praktijk veelal Engels en Nederlands.

Momenteel gaan kinderen gemiddeld 38 uur per maand naar de buitenschoolse opvang. (bso) Het is de bedoeling dat straks voor maximaal 50 procent van de openingstijd opvang in een van de drie talen wordt aangeboden. Meertalige bso moet volgend jaar al mogelijk worden, als het aan de minister ligt. Voor kinderen in de leeftijdscategorie van 0 tot en met 4, wil de minister nog even wachten.

Let wel; nog heel even wachten, want ook voor deze leeftijdscategorie heeft de minister experimenten klaarliggen voor de instellingen die hieraan willen deelnemen. Eerst moet uit experimenten duidelijk worden dat dit voor deze groep geen aanwijsbaar negatieve gevolgen heeft op de taalbeheersing van de eerste taal. Dat moet wel lukken, want ook bij deze brief wordt niets vermeld over alle bezwaren die er zijn tegen meertalig onderwijs.