Author Archives: Sjors Remmerswaal

Joris van Severenherdenking te Brugge en Abbeville

Ieder jaar worden in Brugge en Abbeville Joris van Severen, Jan Ryckoort en zijn lotgenoten door comités herdacht, ze kwamen om door Franse soldaten in 1940 te Abbeville. Van Severen is een icoon uit de Vlaamse én Nederlandse beweging en zal zonder twijfel bij velen bekend zijn, hoewel wellicht niet al zijn filosofische en politieke opvattingen. ReAct kon dit jaar aanwezig zijn bij deze herdenking en iets proeven van de sfeer, de toespraken en de ideeën van de persoon van Severen die er nog steeds leven. Daarbij nam de voorzitter van de Stichting Joris van Severen Luc Seynaeve de tijd om onze lezers voor de microfoon iets te vertellen over deze herdenking.

Dit jaar viel de herdenking in het pinksterweekeinde, evenwel werkt men ieder jaar een vast programma af. Een rondleiding langs enkele plaatsen die in het leven van de Brugse Abbeville-slachtoffers een rol hebben gespeeld. Vervolgens naar de toegangspoort tot het Bourgoensche Cruyce, het voormalige woonhuis van Joris van Severen in de Wollestraat te Brugge. Daar memoreert een gedenkplaat de namen van de vier Brugse slachtoffers van het Bloedbad van Abbeville. Hier werd stilgestaan bij het drama en werden twee toespraken gehouden en kransen gelegd, daaronder ook een korte uiteenzetting van de Brugse schepen Philip Pierins die sprak namens het bestuur van de stad zelf.

In de namiddag was er in de knusse Onze-Lieve-Vrouw-van-Blindekenskapel te Brugge een Heilige Mis, met mooie woorden van de pastor over de vermoorde Joris van Severen en zijn lotgenoten, dit alles werd begeleid door Gregoriaanse liederen. Na deze plechtige gebeurtenis was er een receptie ingeregeld voor alle aanwezigen, Luc Seynaeve beantwoordde daar enkele vragen van ReAct over Joris van Severen en deze herdenking;

Op de dag erna was er het jaarlijks bezoek aan het graf van Joris van Severen en Jan Ryckoort, een ononderbroken traditie die alreeds 78 jaren duurt. Aldaar werd een korte plechtigheid gehouden, door middel van het neerleggen van bloemen, enkele gedichten, een gebed, het Wilhelmus en hield de voorzitter van Stichting Joris van Severen Luc Seyneave er een grafrede. In deze rede omschreef de voorzitter van Severen als iemand met een uniek politieke ideeëngoed. ‘Plus est en vous’ (Meer is in u) was zijn leidraad, als individualist, waarbij het individu het best denkt en handelt in functie van de gemeenschap.

Dit alles werd geplaatst in het toenmalige maatschappelijke tijdskader, waartoe veel van de ideeën van Joris van Severen behoren. Toch zijn ook een aantal van zijn politieke opvattingen vandaag nog interessant, zoals de familie, beroep en corporaties als de steunpilaren van een solidaristische volksgemeenschap. Of wellicht wel van Severens droom die inmiddels enigszins werkelijkheid is geworden, namelijk de Benelux, die misschien ook nog wel eens kan doorgroeien naar de (nog) niet behaalde droom, te weten het herstel van de 17 Provinciën.

Identitair Verzet: “Illegaal is crimineel“

Al jaren zwerven illegalen in groten getalen doorheen Amsterdam en kraken daarbij met regelmaat woningen. Ze worden hierin ondersteund door een extreemlinks collectief ‘We Are Here’. Nu is zelfs een hele woonwijk geviseerd en talloze (zelfs bewoonde) woningen worden door hen ingenomen. Daarmee is voor Identitair Verzet de maat vol. Men nam afgelopen zaterdag zelf intrek in een woning in de bewuste buurt en bracht middels spandoeken de boodschap dat illegalen moeten vertrekken en dat de burgemeester van Amsterdam dient in te grijpen.

Een actie van Identitair Verzet die duidelijk op veel sympathie kon rekenen van buurtbewoners en de gewone man in de straat, maar niet van extreemlinkse raddraaiers. Ze bekogelden en bestormden samen met illegalen het pand, dit onder toeziend oog van de politie. De activisten besloten hierop te vetrekken. ReAct heeft woordvoerder Patrick van het Identitair Verzet om een reactie gevraagd over de gebeurtenissen van afgelopen zaterdag;

Oud-raadslid Wim Vreeswijk: “65 procent van de raadsleden functioneert niet.”

Afgelopen week had ik het geluk om een aantal vragen te kunnen stellen aan oud-gemeenteraadslid in Almere en Utrecht dhr. Wim Vreeswijk. Dit ter gelegenheid van de gemeenteraadsverkiezingen 2018. We spraken over de rol van het gemeenteraadslid in de controle van het lokale bestuur, de uitdagingen voor de rechtse populisten tijdens lokale verkiezingen en welke onderwerpen hier spelen. Het geluid van de opname is niet altijd even goed en dat lag aan de wat moeizame verbinding tussen ons beiden. Het gesprek duurt iets langer dan 30 minuten en is hieronder te beluisteren.

Oud vraaggesprek (2008) met de oprichter van Voorpost Nederland

Voor de Revolte, het tijdschrift van Voorpost, sprak ik in 2008 met Frie Verbrugge, de oud-actieleider en oprichter van Voorpost Nederland. Het gesprek ging over zijn zeer actieve Voorpostjaren in Nederland van pak ‘m beet 1978 tot en met 1988. Hij was het die de eerste jaren van de oprichting de kar trok en verantwoordelijk was voor het reilen en zeilen van de Nederlandse afdeling van Voorpost. Ik had het voorrecht om enkele uren met hem en zijn vrouw te mogen doorbrengen om de goede oude jaren nog eens voor de geest te halen. Dat heeft het onderstaande vraaggesprek opgeleverd.

Hoe bent u politiek geïnteresseerd geraakt?
Mijn vrouw en ik komen beide uit Zeeuws-Vlaanderen en wij waren door de ligging eigenlijk economisch en cultureel veel meer op Vlaanderen gericht dan op Nederland. Daarnaast heeft mijn moeder, zij was een nationalist, mij persoonlijk erg beïnvloed.

Hoe bent u bij Voorpost terechtgekomen?
Toen ik en mijn vrouw eens in Antwerpen waren kwamen we het blad ’t Pallieterke tegen en daar zijn we gelijk op geabonneerd. Dat was een ogenopener voor ons, omdat bij ons zulke bladen niet te krijgen waren. Hier stond ook een artikel in over Voorpost. Dat sprak ons wel aan en ik heb toen een brief naar Voorpost gestuurd. Daarop kwam Luc Vermeulen naar Nederland toe. Voorpost Vlaanderen wilde ook graag een werking beginnen in Nederland, maar tot aan dat moment had men nog geen contacten. Mijn brief kwam dus op een goed moment.

Wie waren de eerste actieve leden en wie zaten er toen in de raad? Wie waren er betrokken bij de oprichting?
Als redelijk snel na de oprichting melden zich enkele mensen die zich actief wilden gaan inzetten. Er zijn toen naast mijzelf drie bestuursleden aangemeld bij de Kamer van Koophandel. Stan de Beukelaar, Frans Voermans en Broer Wiersma. Deze personen waren er dus vanaf het begin bij en maakten deel uit van de eerste Voorpostraden in Nederland.

Welke kringen waren in de beginjaren het meest actief?
Er was een kringwerking in Noord-Brabant en in Friesland en ook een kleine kring in Den Haag met een paar jonge mensen. Het zwaartepunt lag in het begin vooral in West-Brabant, omdat we hier de meest actieve leden hadden.

Nederlandse actie in Sluis 1986

Was er samenwerking met andere organisaties?
Er waren eigenlijk niet veel comités of andere organisaties die ons aanspraken. Er is wel contact geweest met het Nederlandse Zuid-Afrika Werkgemeenschap (NZAW) en het Oud-Strijders Legioen (OSL), maar die waren beide veel te veel op het christelijke geloof en karakter gericht en daarom konden we hier zeer moeizaam mee samenwerken. En uiteindelijk dus ook helemaal niet. Ook met de partijpolitiek waren er geen samenwerkingsverbanden. Janmaat kwam nog wel eens langs, voornamelijk voor handtekeningen en om mensen op de lijsten van de Centrumpartij te krijgen. Ook was er wel contact met de Nederlandse Volksunie, ook voornamelijk om voorgaande redenen. Het bleef vooral bij mondeling contact, wel werd er rondom verkiezingen geplakt voor bovenstaande organisaties, wanneer men ons daarom vroeg.

Wat waren de eerste acties en wat waren de eerste struikelblokken?
Plakken van pamfletten, de Heel-Nederlandse, voor de hereniging van Nederland en Vlaanderen. En pamfletten waarin we de steun uitspraken voor Zuid-Afrika. Kraampjes met propaganda in Breda, Roosendaal en Rotterdam. Struikelbokken waren uiteraard de massale tegenbetogingen van linkse knokploegen, die de kraampjes kwamen vernielen. Ook voerden we actie in Breda voor behoud van de taptoe. De taptoe is een militaire parade, met militaire muziek, waarbij de leden hiervan dwars door de straten liepen. En hier kwam altijd veel volk op af. Links vond alles wat met militarisme te maken heeft niet kunnen en dus moest het maar verboden worden, tot groot ongenoegen van de vele mensen die hier altijd naar gingen kijken en luisteren. Wij gingen toen folders vóór de taptoe verspreiden. Daarnaast begonnen we in Delft met de Willem van Oranjeherdenking te organiseren. Verder was een struikelblok het gebrek aan menskracht.

Hoe hebt u de werking van Voorpost Nederland de eerste jaren ervaren?
Eind jaren zeventig was er helemaal geen rechtse organisatie in Nederland. De enige die er was in Nederland was Voorpost. De NVU bestond wel, maar die kwamen de straat niet op. Er was zeker sprake van een positieve werking in het begin. Ook was er een goede verstandshouding tussen de leiding en de actieve leden.

Hoe was het politiek klimaat?
Heel erg slecht, echt onwerkbaar. Links was oppermachtig en beheerste de totale pers. Er waren overal – door heel het land heen – linkse groepjes en niets kon of mocht. Niet eens omdat ze zo heel machtig waren, maar er waren geen tegenkrachten en ze hadden daarom dus vrij spel. Voorpost moest daarom zelfs een tijd lang ondergronds werken. Dat kwam ook omdat links later overging tot het plegen van aanslagen en niemand meer veilig was. Toen is besloten om niet meer openbaar te verschijnen, om zo het kader te beschermen. Om even een indruk te geven, wijzelf durfden in die tijd aan niemand te vertellen dat we op vakantie gingen naar Zuid-Afrika. Dit omdat er alleen maar negatief over werd geschreven. De sfeer was toen echt griezelig, alles was links, er was niemand die hun denkbeelden mocht tegenspreken.

Welke maatschappelijke problemen speelden er toentertijd in Nederland?
Apartheidspolitiek en het beleid van de toenmalige regering. Die waren vreselijk anti-apartheid. Alles wat een klein beetje nationaal, nationalistisch was mocht niet. Er was totaal geen nationaal gevoel, zoals (historische) liederen en samenzang, het verdween allemaal. Dat was voor ons nationalisten natuurlijk een ramp. De eenheid van de Nederlanden speelde voor ons, maar binnen de rest van Nederland bleek daar weinig begrip voor, ook voor de Vlaamse zaak niet. De supermacht van politiek links. Die totale dominantie op alle maatschappelijke terreinen.

Wat waren de ideeën? Rechtse mensen samen en dan verder kijken? (bundelen van krachten) Had men concrete plannen om de maatschappij te veranderen?
We waren nationalistisch en tegen het kapitalisme en communisme. We wilden de trots op Nederland aanwakkeren. We hadden een club van idealisten en gelijkgezinden bij elkaar. Omdat we relatief klein waren konden we af en toe stoot uitdelen maar niets concreet veranderen. Het was toch ook wel lastig om iedereen achter één thema te krijgen. En we hadden daarbij weinig goede aanknopingspunten om op in te spelen.

Welke activiteiten waren zo spectaculair dat ze u nog zijn bijgebleven?
Dan moet ik als eerste zeker het kraampje in Roosendaal noemen. Het kraampje was weken van te voren al nieuws in een aantal kranten, omdat wij er zouden gaan staan. Op de dag zelf stonden we er net en daarna kwam de linkse meute. Eerst stonden ze nog voor het kraampje, begonnen te schelden en tieren, en later kreeg de toenmalig Voorpost-voorzitter Francis van der Eijnde nog sigarettenpeuken op zijn handen uitgedraaid. Maar zeer kort daarna gooiden ze het kraampje met alle spullen op de grond. Ook de Pinksterkampen zijn mij bijgebleven, zeker die in Duitsland samen met de Junge Nationaldemokraten (de jongerenafdeling van de NPD) plaatsvonden. Door de goede sfeer en gezelligheid, ook met veel Nederlandse mensen. Later nog de contactdagen, die bestonden uit boekenkraampjes, propaganda en sprekers en mensen van verschillende politieke partijen en organisaties.

De lokale pers raakte maar niet uitgeschreven over het aankomende Voorpostkraampje in Roosendaal van september 1982

Op welke groepen/mensen had Voorpost de eerste jaren aantrekkingskracht?
Politiek op rechts gerichte mensen. Ik denk ongeveer tweederde jongeren en de rest ouderen, nationalisten die zoekende waren naar een organisatie die hun aansprak en waarbij ze hun ideeën kwijt konden. Sommige n.a.v. lezen van de Revolte of onze pamfletten. Het waren toch over het algemeen mannen en wat meer lager geschoolden.

Hoe maakten jullie reclame en waar?
We hadden natuurlijk de Revolte om als reclame te verspreiden. Maar ook d.m.v. het plakken van pamfletten, we hebben nog wel eens een advertentie in de krant geplaatst. Wat zeker ook werkte is wanneer ik ging spreken bij een andere organisatie. Dan nam ik altijd wat propaganda mee en dat zorgde altijd voor wat nieuwe leden en verkoop van materiaal.

Hoe hebt u uw totale rol bij Voorpost Nederland ervaren. Heeft het nut gehad?
Ik heb een goede start gemaakt en de boel in stand gehouden. Maar belangrijker nog, alles goed overgedragen aan mijn opvolger. Verder hebben wij ook onze kinderen kennis kunnen laten maken met het nationalisme en konden we ze zo iets meegeven voor de rest van hun leven.

Boeken- en informatiekraampje te Bergen op Zoom 1981

Hoe was de samenwerking met Voorpost Vlaanderen, Zuid-Vlaanderen en Zuid-Afrika?
De samenwerking was fantastisch met Vlaanderen en Zuid-Afrika. Ik heb daar ook nog veel persoonlijke vriendschappen aan overgehouden. Er kwam altijd een ploeg Vlamingen helpen bij ons. Die stonden altijd klaar wanneer wij hun hulp konden gebruiken.

Hebt u zelf nooit politieke ambities gehad?
Ik heb nooit partijpolitieke ambities gehad. Ik ben absoluut geen man voor in de gemeenteraad. Vanaf den beginne ben ik me gaan richten op Voorpost en dat bracht mij voldoening, juist omdat de Voorpostidealen en denkwijzen mij altijd hebben aangesproken. Ook was voor mij de Heel-Nederlandse gedachte zeer belangrijk en daar kon je partijpolitiek niet veel mee. Ik heb dus zeker geen spijt van mijn actieve Voorpostjaren.

Over deze dode niet zoveel goeds; Ruud Lubbers (1939-2018)

Op woensdag 14 februari overleed oud minister-president van Nederland Ruud Lubbers op 78-jarige leeftijd. Hij heeft een zeer lange loopbaan binnen de parlementaire democratie gehad, vanaf 1973 bekleedde hij diverse functies; lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, minister-president, politiek leider en tot aan zijn overlijden de eretitel minister van staat. Van 1982 tot en met 1994 was hij in 3 regeringen minister-president van Nederland.

Lubbers stond bekend om zijn grote dossierkennis en als politiek tacticus van formaat.
Na zijn aftreden als minister-president werd Lubbers van 1995 tot eind 2000 voor twee dagen per week hoogleraar Globalisering aan de Universiteit van Tilburg en bezoekend Hoogleraar bij een aantal universiteiten in de V.S.A. Internationaal was hij onder meer vicevoorzitter van de Independent World Commission on the Oceans en voorzitter van het World Wildlife Fund.

Een katholieke werkgever
De uit Rotterdam afkomstige Ruud Lubbers groeide op in een katholiek ondernemersgezin. Hij doorliep de typische weg in een toen nog verzuild Nederland van de jaren 50 en 60 in de vorige eeuw, een katholiek basisschool en daarna het gymnasium internaat bij de paters Jezuïeten. Hij behaalde vervolgens een academische titel in de economie op Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam. Na zijn studies ging hij met zijn broer werken in het familiebedrijf van vader.

Ze gaven samen leiding aan het constructiebedrijf Hollandia in Krimpen aan den IJssel. Dat werd een succes, het bedrijf groeide tot een onderneming met, toen Ruud Lubbers in 1973 minister werd, duizend werknemers en een omzet van zestig miljoen gulden. Ook had hij gedurende zijn zakenleven nevenfuncties bij christelijke werkgeversverenigingen. Hij werkte tien jaar in de onderneming en vertrok op zijn vierendertig jaar richting de politiek. Vanwege zijn zakensucces was Lubbers de eerste minister-president sinds de oorlog die miljonair was.

Multiculti
Op aandringen van de werkgevers kwam in de jaren zestig en zeventig een stroom van gastarbeiders richting West-Europa. Lubbers voorganger Joop den Uijl besloot dat deze niet langer moesten worden gezien als gasten, maar plots Nederlanders waren en ook hun gezin mochten laten overkomen. Minder bekend is dat onder de eerste regering van Ruud Lubbers de multiculturele samenleving werd uitgevonden en opgelegd. Dat betekende van de ene dag op de andere dag dat er twee groepen waren; autochtonen en de zogenaamde minderheden.

Dat had concrete gevolgen; dat Nederlanders tweederangsburgers werden en deze minderheden extra ondersteuning verkregen vanuit de overheid. Zonder twijfel een vorm van discriminatie, die met name voor de sociaal zwakkere autochtonen grote gevolgen had. In die geest ging Lubbers zijn carriere verder en werd begin 2001 als Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties. Op 1 juli 2006 werd Ruud Lubbers voorzitter van het bestuur van de Stichting voor Vluchteling Studenten UAF. Binnen het CDA werd hij de ambassadeur voor het in 2008 opgerichte CDA Kleurrijk.

Geen kritiek mogelijk
Vanaf het kabinet Lubbers I werd het bijkans onmogelijk om enige kritiek op de massale immigratie en het multiculturele beleid uit te oefenen. De Centrumpartij en de latere Centrumdemocraten kregen geen enkele ruimte om hun kritieken naar voren te brengen. Terwijl ook in zijn eigen stad Rotterdam de problemen zich opstapelden, gaf Lubbers nooit enige aandacht aan de gegronde bezwaren op dit deel van zijn beleid.

Lubbers zag niets in de opvattingen van Pim Fortuyn en heeft in Rotterdam zich altijd hardgemaakt om Leefbaar Rotterdam buiten het bestuur te houden. Ook Geert Wilders kon niet op enige sympathie rekenen en de oud-mp was onderdeel van een groepje binnen het CDA om de gedoogsteun van de PVV bij de regeringsonderhandelingen tegen te gaan. De roep om meer ‘vluchtelingen’ op te nemen en nog meer culturen van buitenaf te verwelkomen bleef een constante.

Zelf was ik onderdeel van een kritische actie in Den Haag bij de Stichting voor Vluchteling Studenten UAF waar Ruud Lubbers toen voorzitter van was. We wilden een ander geluid laten horen, anders dan de golf van misinformatie die Lubbers doorheen de pers verkondigde. Na enkele bedreigingen van immigranten en hogeschool-bestuurders, stuurde men een politie-eenheid op ons af. Symbolisch voor de reactie van Lubbers op iedere kritiek.

Individualisme, kapitalisme
Onder Ruud Lubbers zijn regeringen kreeg het kapitalisme steeds meer ruimte, ongetwijfeld had dat van doen met zijn achtergrond als werkgever. Het had als gevolg dat alle maatschappelijk idealisme steeds sneller begon te verdwijnen. Lubbers als ‘de manager van BV Nederland’. Het was helemaal in lijn met de Anglo-Amerikaanse keuzes, uitgevoerd onder Reagan en Thatcher, dat er niet zoiets bestond als een maatschappij, enkel slechts individuen.

Een aandenken van Lubbers voor de Nederlandse werknemers is het graaien in de pensioenkas. In jaren 80 en 90 werd besloten geld vanuit de pensioenfondsen terug te storten naar de werkgevers. Over een periode van 25 jaar bleek dit uiteindelijk om een miljard euro te gaan en het was geheel tegen de wettelijke regels. Dit terugstorten van het geld van pensioenfondsen naar werkgevers was een fout, zo zou Lubbers jaren later toegeven.

Stroef Atlantisme
In de koude oorlog was er de constante druk uit de Anglo-Amerikaanse kringen om een zwaardere houding aan te nemen tegenover de Sovjet-Unie. Zo ook de discussie over kernbewapening, waarbij de Amerikanen druk zetten om kruisraketten in Nederland te plaatsen, omdat de Sovjets meer SS-20 raketten zouden neerzetten. Lubbers bezocht in dit kader in januari 1983 de Verenigde Staten om bij de Amerikaanse president Reagan de mogelijkheid van een tussenoplossing te bespreken, waarbij onderhandelingsopties met de Sovjets open bleven.

Het land liep te hoop tegen die voorgenomen beslissing. Er werd massaal geprotesteerd en in een manifestatie werden 3.7 miljoen handtekeningen aangeboden aan Lubbers. Hij vertraagde en er kwam een dubbelbesluit. Op 1 juni 1984 werd het besluit genomen om kruisraketten in Nederland te plaatsen, indien het aantal SS20-raketten ten opzichte van 1 juni 1982 zou blijven toenemen. Uiteindelijk kon in 1989 van daadwerkelijke plaatsing worden afgezien, omdat het dubbelbesluit (plaatsing en onderhandelingen over wederzijdse nulopties) succes had opgeleverd.

Slotsom

Ruud Lubbers is altijd onderdeel gebleven van de na-oorlogse Nederlandse bourgeoisie, met de daarbij behorende opvattingen over open grenzen, het liberalisme en individualisme en een voorkeur voor volkeren en culturen van buiten Europa. Aan het einde van zijn leven haalde hij vooral de pers met aandacht voor de vluchtelingen van elders in de wereld, die het uiteraard moeilijk hebben, maar geen enkel woord van begrip voor de Nederlandse vluchtelingen, die de grote steden in tienduizenden moesten ontvluchten vanwege geweld en vervreemding, het gevolg van zijn multiculturele beleid.

Het is een niet te vergeven keuze geweest om de Nederlandse cultuur en beschaving, die hier vanaf Habsburgse Nederlanden geworteld is, weg te vegen en te vervangen door een multicultureel systeem, waarin autochtonen plotsklaps tweederangsburgers werden. De gevolgen daarvan heb ik ook zelf heb mogen zien en ervaren, van hele wijken die Nederlands waren en plotsklaps talloze culturen en religies telden, het heeft extreem negatieve gevolgen gehad voor juist de sociaal allerzwakste Nederlanders. Zoals veel christenen in Nederland had Lubbers de liefde voor de naaste vervangen door de liefde voor de verre.

De heel zware internationale functies zoals bij de Wereldbank of de Europese Unie werden hem onthouden, dat had ongetwijfeld van doen met zijn vertragingen en uiteindelijk weigering van het plaatsen van Amerikaanse kruisraketten op Nederlandse bodem tijdens de Koude Oorlog. Hij werd afgelopen maandag begraven in de katholieke Laurentius- en Elisabethkathedraal te Rotterdam. Ik heb er geen traan om gelaten.

Alfred Vierling over het Joegoslaviëtribunaal: “Er hangt dus een enorme vieze lucht rond deze instelling.”

Vanuit Joegoslaviëtribunaal kwam deze week het bericht dat men aan het einde van het jaar de deuren gaat sluiten en de lopende zaken worden overgedragen aan het VN Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen. Dit bewuste tribunaal werd in 1993 door Verenigde Naties opgericht, ten tijde van de oorlog in Joegoslavië, die plaatsvond van begin 1991 tot en met 2001. Het tribunaal heeft als voornaamste doel het vervolgen en bestraffen van oorlogsmisdadigers. Op de werking hiervan kwam echter de nodige kritiek, ook vanuit Nederland, zo deed politicoloog Alfred Vierling bij dit tribunaal aangifte tegen drie leden van de toenmalige Nederlandse regering. Hij reageert op enkele vragen van ReAct.

Op uw website valt te lezen dat u aangifte heeft gedaan tegen drie leden van de toenmalige Nederlandse regering, wat was hier exact de reden voor?

Ja, dat heb ik gedaan op 12 oktober 1999. Ik deed dit met medewerking van Christopher Black – die ik kende uit een internationaal juristengezelschap om Slobodan Milošević bij te staan – die dat tegen zijn regering of leden van zijn regering in Canada en wat Griekse rechters tegen de regering in Griekenland. Dit wegens de illegale bombardementen van de NAVO op Joegoslavië, de gevolgen daarvan waren tijdelijk, althans al in schriftelijk bewijsmateriaal uitgebracht door de Ambassade in Belgrado. Twee witboeken, één over de slachtoffers en één over de materiële schade ten gevolge van die bombardementen, althans die waren toen nog gaande, maar een groot deel daarvan is toen gedocumenteerd en die kon ik dus aanvoegen bij mijn aanklacht. Die betreft oorlogsmisdaden, omdat de NAVO-bombardementen helemaal niet de toestemming hadden van de VN-veiligheidsraad en natuurlijk ook niet van de regering van Joegoslavië en er werden een aantal internationale verdragen gewoon geschonden. Nu wat is eigenlijk de achtergrond, dat is natuurlijk mijn schaamte inwoner te zijn van Den Haag, waar dit totaal CIA-schijntribunaal en andere internationale organisaties staan.

U moet bedenken dat in de ontstaansgeschiedenis van dit tribunaal men ziet dat de financiering ervan grotendeels door George Soros geschied en als je in de procedures kijkt dan lees je ook allerlei mankementen van dat tribunaal waardoor het eigenlijk met een normale strafrechtbank niets te maken heeft. Je moet dan denken aan voorzieningen, financiële, voor de getuigen van de vervolger, maar niet voor de getuigen à décharge van de verdediging. Allerlei procedurele mankementen die opvallen als je het vergelijkt met de gewone rechtbank, de nationale rechtbank. We zitten daar al met Angelsaksisch strafrecht, strafprocesrecht, wat heel erg afwijkt van het Europese procesrecht. Dus het is een duidelijk Angelsaksisch overwinnings-tribunaal. Ik wist natuurlijk wel toen ik een klacht inleverde dat je dat dan deed bij de duivel, maar ik had nooit verwacht dat mijn stuk ook nog, ingeleverd bij tribunaal-medewerker Gavin E. Ruxton, verduisterd zou worden, omdat ik er eigenlijk nooit een officieel antwoord ook maar van heb gekregen, ook van de ontvangst niet, terwijl ik het ter hand heb gesteld. Maar er zijn wel meer zaken verdwenen.

Wat zijn dan uw bevindingen over de afhandeling van uw aanklacht. Ik begrijp dat deze niet eens is aangenomen of behandeld? Begrijp ik dat goed?

Dat is juist. Artikel 18.1 van de constitutie en 18.4 van het statuut die geven dus aan dat je een klacht kon indienen en dat is niet behandeld, maar het is ten eerste formeel niet in behandeling genomen. Ik ben op twee open dagen van het tribunaal geweest om te vragen waar het nou gebleven is en dan wordt vriendelijk verwezen naar hun archief en daar is het dan weer niet te vinden. U moet wel bedenken dat toen al, van Carla Del Ponte dan de hoofdaanklager, die heeft duidelijk gezegd dat er voor het tribunaal geen aanleiding was te onderzoeken of de NAVO-oorlogsmisdaden had begaan. Dus er was natuurlijk geen vervolgingsplicht, we hebben dat ook in het Nederlands recht daar kennen we het opportuniteitsbeginsel, dus ze hebben gewoon niet willen kijken naar de eventuele oorlogsmisdaden door de NAVO-lidstaten. Overigens niet met dit tribunaal te verwarren, is er natuurlijk ook nog een internationaal gerechtshof in het Vredespaleis in Den Haag en dat heeft destijds ook de klachten van de staat Joegoslavië niet ontvankelijk verklaard.

Het tribunaal geeft aan als doel te hebben het vervolgen en bestraffen van oorlogsmisdadigers. Heeft het tribunaal volgens u hieraan voldaan?

Hun doel is natuurlijk breder gesteld. Ze begonnen al wel met het mankement dat de grote landen, de Verenigde Staten de Chinese Volksrepubliek, dit tribunaal weliswaar hielpen oprichten, maar veroordeling van hun eigen onderdanen uitsloten. Dus laat ik zeggen, bijvoorbeeld Amerikaanse oorlogsmisdadigers Madeleine Albright, Bill Clinton en zo, die blijven dan buiten beeld, daarom heb ik gesproken over overwinningsrecht. Er is in de Verenigde Staten zelfs een wet aangenomen dat de Amerikanen eenzijdig hebben verklaard op het Scheveningse strand te komen landen, mochten er krijgsgevangenen worden gemaakt door het tribunaal van hun onderdanen, dat ze die zouden kunnen komen bevrijden. Laat ik zeggen, het is natuurlijk al vleugellam van start gegaan, je kunt je ook afvragen of internationale strafrechttribunalen die onder zulke beperkende omstandigheden partijdig van start gaan het internationaal recht of internationaal stafrecht wel dienen. Ik ben niet de enige criticus, er is een boek geschreven dat heet Blufpoker door Geert-Jan Knoops, dat die tribunalen, waaraan hij zelf ook wel heeft meegewerkt in Afrika, eigenlijk zo partijdig zijn dat het de vraag is of je daarmee een goede start voor internationale strafrechtprocedures wel dient.

Er waren wel meer stukken die waren verdwenen, Milošević die in ieder geval tijdens zijn vastzetten onder verantwoordelijkheid van het tribunaal is gestorven, medische verzorging werd onthouden of zelfs het verkeerde gegeven. Die verdedigde zichzelf en zijn verdedigingsrede verdween en kwam helemaal niet op de website van het tribunaal, ik heb hem wel via zijn advocaat. Nu ze dan als het ware zijn gesloten, althans geen nieuwe zaken meer aannemen, heeft men een overzicht gegeven van wat er nu is gebeurd met die 161 mensen die zij hebben aangeklaagd. Nou daarvan wachten er nog 12 op een eindvonnis, 6 wachten nog om te worden overgedragen, 4 zouden nog moeten worden berecht, 10 staan er voor het hoger beroep, 80 zijn er al veroordeeld en daarvan zijn er 4, dat is interessant, overleden terwijl ze in afwachting waren van hun vonnis. Daar staat iets niet bij, want het vonnis over meneer Milošević is dat hij eigenlijk is vrijgesproken van alle oorlogsmisdaden, alleen dat hebben ze dan weer niet openlijk, met open vizier toegegeven, dat staat in de ongelooflijke grote stapel stukken tussendoor vermeld die behoren bij de zaak tegen Radovan Karadžić en Ratko Mladić. Daarin kun je dus zien dat zij tegenover Milošević helemaal geen zaak hebben. Er hangt dus een enorme vieze lucht rond deze instelling.

U wilde nog iets over de Nederlandse deelname aan de NAVO-bombardementen zeggen?

Nederland deed ook mee aan de bombardementen in Joegoslavië in het kader van de NAVO, in mijn aanklacht staat over onze missies… u moet wel bedenken Nederland maakt nooit bekend waar ze bombardeert dat doen we nu nog niet, we bombarderen dus wel ook nu in Pakistan en Afghanistan, maar wij melden nooit waar wij dat doen. De Amerikanen doen dat nog wel eens, zo van we hebben een ziekenhuis gebombardeerd, jammer, foutje, maar die geven dat dan ook nog toe, dat doen wij niet. Maar wij hebben in het kader van de Operatie Allied Force 1300 missies gevlogen en daarbij 800 bommen en rakketten neergegooid. Nou moet u bedenken, ik neem u even terug naar een brug bij Varvarin, de eerste doelen van de bombardementen worden wel door de ministerraad van de NAVO vastgesteld, maar bommenwerpers kunnen niet met die bommen weer terug als ze niet zijn afgegaan, afgegooid anders zouden ze zichzelf opblazen, dus dan moeten ze die in een tweede vlucht toch weer ergens neergooien.

Bij die brug bij Varvarin daar was een meisje, Sonja Milenkovic, daarvan heb ik ouders gesproken en verdedigd, want dat meisje was bezig de gewonden te verzorgen van de eerste bombardementen, na het tweede rondje werd ze door de Nederlandse f-16 piloten gewoon weggebombardeerd. De jongens van de F-16’s hebben daar lintjes voor gekregen, maar de ouders kwamen naar Den Haag en Jozias Van Aartsen, die was Minister van Buitenlandse Zaken tijdens de bombardementen en later dus Burgemeester van Den Haag, die wilde die ouders niet eens ontvangen. Voor zover dus de houding van Nederlandse politici die altijd hun mond vol hebben over mensenrechten.

Ik heb natuurlijk naast hem ook de minister-president Wim Kok gedaagd en Frank De Grave die was minister van Defensie en u moet bedenken dat dit conflict eigenlijk ging, over eerst Kosovo en dan die oorlog met Bosnië. Maar wat was de aanleiding hiervoor? Een geënsceneerd filmpje met prikkeldraad over een zogenaamd concentratiekamp, maar dat weten we op film dat was helemaal geënsceneerd. Dat prikkeldraad was gewoon door journalisten zelf om een magere patiënt – die daar toevallige liep – heen gezet, we hebben op beeld hoe dat is gedaan. Zo wordt er altijd een aanleiding, casus belli geënsceneerd, maar uiteindelijk is zo’n beetje een heel land gebombardeerd.

Voorpost in actie tegen illegaliteit Hoek van Holland

De afgelopen maanden is de actiegroep Voorpost actiever bezig in de regio Rotterdam en specifiek Hoek van Holland, vanwege de overlast en de aanwezigheid van illegale migranten daar. Men patrouilleert er met regelmaat om illegalen op te sporen en deze over te dragen aan de autoriteiten. Voorpost heeft zich in het verleden ook al met grote zorg uitgelaten over de in haar ogen negatieve gevolgen voor de maatschappij, wanneer illegale migranten van de overheid volledige bewegingsruimte krijgen en niet worden opgesloten.

Vanwege deze actie en de redenen van de organisatie om zich hiermee bezig te houden, mocht ReAct enkele vragen stellen aan de woordvoerder Florens van der Kooi van Voorpost Nederland. Het gesprek kunt u hieronder in audio-formaat beluisteren.

Persbericht van de nationalistische actiegroep Voorpost op 17 december 2017;

De heel-Nederlandse actiegroep Voorpost patrouilleert regelmatig in en rond Hoek van Holland op zoek naar illegalen. Daarmee doet Voorpost wat de Nederlandse overheid veel te weinig doet: het opsporen van illegale immigratie.

De illegalen proberen op één van de veerboten naar Engeland te geraken door over het hek van de terminal te klimmen of mee te liften in de laadruimte van een vrachtwagen. Hun kans daartoe wachten ze af in de duinen van Hoek van Holland waar nog een aantal oude bunkers zijn. Ideaal om te overnachten. Regelmatig treft Voorpost kledingstukken, etensresten en papieren in vreemde talen aan. Zodra Voorpost illegalen signaleert wordt de politie ingeschakeld.

Door met regelmaat actief te zijn in Hoek van Holland raakt Voorpost vertrouwd met de omgeving. In het voorjaar van 2017 was er een sterke stijging van het aantal illegalen. Na een lichte daling in het najaar signaleren buurtbewoners nu weer een stijging van het aantal immigranten. Voor Voorpost is dit onaanvaardbaar. Met een nieuw linksliberaal kabinet in Den Haag en met de pro-immigratiehouding op de afgelopen EU-top in Brussel is niet te verwachten dat er krachtig tegen illegaliteit zal worden opgetreden. De verwachting bij deskundigen is dat de stroom illegalen in het Rotterdamse havengebied weer fors zal toenemen. Alle signalen staan op rood. Voorpost is er in ieder geval klaar voor! Voorpost is op straat als de politiek verzaakt!

Illegaliteit = criminaliteit

« Oudere berichten