Author Archives: hectorvanoevelen

Zuid-Afrika: volkerenmoord op blanken met voorbedachten rade

De Afrikaner burgerrechten-organisatie AfriForum, die je dienaar begin vorig jaar heeft vereerd met een erelidmaatschap, doet flink haar best om de wereldwijde omerta omtrent de verschrikkelijke plaasmoorde in Zuid-Afrika te doorbreken. De jongste poging daartoe is de uitgave van een boek waarvan de titel veel- om niet te schrijven alleszeggend is: Kill the Boer (Dood de Boer). Het boek is geschreven door de ondervoorzitter van AfriForum die, samen met voorzitter en befaamde advocaat Kallie Kriel, naar Amerika is gereisd om daar politici van verschillende gezindten in te lichten over de moordende aanslagen waaraan boeren in hun land haast wekelijks ten prooi vallen, niet zelden na barbaarse folteringen.

Bij de persvoorstelling van het boek, op donderdag 28 juni in het Transvaalse Centurion (vroeger Krugersdorp), eiste de burgerrechtenbeweging de oprichting van een onderzoekscommissie die enig licht zou kunnen werpen op motivering van en/of aanleiding tot die niet aflatende volkenmoord. Op een geluidsband liet Roets een kopstuk van een gevangenisbende horen die met grote stelligheid beweerde dat de politieke leider Julius Malema hen in de bajes was komen opzoeken om over plaasmoorde te praten. Ernst Roets zelf sprak het publiek over zijn eigen ervaring met een veroordeelde plaasmoordenaar die hem wist te vertellen dat een lid van de militaire vleugel van het regerende ANC, het reeds jaren beruchte uMkhonto we Sizwe (de Speer van de Natie) hem gevorderd had om de boer te vermoorden. Daar moet niet luchtig overheen worden gegaan, zei de schrijver, maar die getuigenissen moeten ernstig onderzocht worden.

Die getuigenissen waren overigens al in het TV-actualiteitsprogramma Carte Blanche te horen in maart 2017, maar toen verklaarde de woordvoerder van de EFF (Economic Freedom Fighters) dat voorzitter Malema “geen tijd had voor commentaar” en dus werd de kwestie maar blauwblauw gelaten. In zijn boek is Ernst Roets allesbehalve regeringsvriendelijk. Integendeel, hij noemt de ANC-regering ronduit medeplichtig aan de plaasmoorde. Zijn boude beschuldiging staaft hij met ettelijke voorbeelden van politieke aanhitsing tot plaasmoorde. Daarnaast heeft hij het ook over boerderijmoorden waar politieke of racistische motieven duidelijk een rol in gespeeld hebben.

Al wil AfriForum zeker niet veralgemenen dat alle moorden op blanke boeren politiek gemotiveerd zijn, de organisatie vreest wel dat het politieke element ferm onderbelicht blijft. Nauwkeurig onderzoek van vijf gevallen van haatspraak door vooraanstaande politieke leiders heeft aan het licht gebracht dat de eerste maanden na hun opruiende uitlatingen, de plaasmoorde met een gemiddelde van liefst 74,8% waren toegenomen. De wreedaardige werkelijkheid van de aanvallen op boerderijen, valt in het boek te lezen, verergert en wordt aangevuurd door de moedwillige weigering van de regering om de moorden als prioritair te erkennen, door de negatieve stereotypering van blanke boeren, door romantisering van op boeren gepleegd geweld, door bestendiging van haat vanop politieke platforms en door openlijke verachting en bespotting van de slachtoffers van voornoemd geweld.

Het boek haalt gevallen aan van leden van het regerende ANC, de Zuid-Afrikaanse regering en de Zuid-Afrikaanse politiedienst (SAPD), die direct betrokken waren bij beplanning en uitvoering van aanvallen op boerderijen en ziet een proces van etnische zuivering opdoemen, een ernstige bedreiging die te allen prijze voorkomen moet worden. Dat zou een opdracht kunnen zijn voor de media, maar Roets toont in zijn boek aan dat die media, door hun duidelijk partijdige verslaggeving, daar juist medeplichtig aan zijn. Zij doen aardig hun duit in het zakje van de bezwaddering en negatieve stereotypering van de blanke boeren.

Roets somt een waslijst aan redenen op waarom de plaasaanvalle uniek zijn en bijgevolg als prioriteitsmisdaad aangepakt moeten worden, allereerst wegens hun unieke frequentie, maar niet minder om de afgrijselijke martelingen waar de moorden geregeld gepaard gaan en ten slotte om de onschatbare rol die de boeren in Zuid-Afrika spelen als voeders van de massa en de unieke omstandigheden waarin zij zich gedwongen weten.  Gedwongen met voorbedachten rade? …

Hector van Oevelen

N.S. Voor belangstellende verenigingen geef ik lezingen: Zuid-Afrika, volkenmoord waar het Westen niks van hoort.

Vlaams Belang gaat voor ‘Vlaanderen weer van ONS’

Vlaanderen weer van ONS’. Met die duidelijk Vlaams-nationalistische boodschap wil het Vlaams Belang naar de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober trekken. Voorzitter Tom Van Grieken bestempelde op de persconferentie in de Brusselse Madou die ONS daarbij als het kernwoord in een pleidooi voor wat ONS bindt: een gemeenschappelijke cultuur, een gedeelde geschiedenis en collectieve waarden.

Die waarden kunnen, mits de nodige moeite en respect, ook gedeeld worden door nieuwkomers, vindt hij, maar nooit mag immigratie het duurzame sociale weefsel en het opgebouwde solidariteitsmodel ondergraven, want onze solidaire waarden en massa-immigratie staan haaks op mekaar en dat geldt zeker op lokaal vlak. Daarom trekken de Vlaams-nationalisten naar de stembusslag van 14 oktober met een twaalfpuntenplan, met als punt 1 de herinvoering van de Wet-Gol, waardoor gemeenten opnieuw inschrijving van vreemdelingen kunnen weigeren als hun draagkracht daartoe is overschreden.

Ik ga hier niet alle twaalf punten opsommen, maar toch vermelden dat het VB een strikte inning wil van de vreemdelingentaks van 50 euro die in bepaalde gemeenten, ook onder N-VA-bestuur, is weggestemd. Gemeenten moeten een terugkeerbeleid kunnen voeren, asielcentra op hun grondgebied kunnen weigeren en financiële steun kunnen beperken. Zij moeten, eventueel via meldpunten, illegalen actief kunnen opsporen. Huisjesmelkerij en overbewoning moeten worden aangepakt en principieel moet in Vlaanderen worden vastgehouden aan het gebruik van Nederlands.

Hoofddoeken moeten verboden worden in scholen en openbare diensten. In het gemeentelijk onderwijs moeten ONZE normen gelden, ook wat voedsel betreft. Er moet paal en perk worden gesteld aan de wildgroei van moskeeën. Twaalfde en laatste punt: sociaal huisvestingsbeleid op maat van het eigen volk. En nu ik het toch over eigen volk heb, volgens Tom Van Grieken moet dat volk zich niet laten afleiden door “het voortdurende getater, getoeter en getwitter” van Theo Francken, maar kijken naar cijfers en feiten die aantonen dat er hier de afgelopen jaren niet minder maar meer vreemdelingen zijn binnengekomen, wat de Vlaamse belastingbetaler niet minder maar meer poen kost.

Die massale immigratie ondermijnt niet alleen onze sociale zekerheid, meent Van Grieken, maar bedreigt ook onze manier van leven en in bepaalde steden en gemeenten draait dat zelfs uit op een bevolkingsvervanging. Vandaar de niet mis te verstane boodschap dat elke Vlaming zich opnieuw thuis moet kunnen voelen in zijn eigen land. ‘Vlaanderen weer van ONS’! Die boodschap zal worden verspreid op 20m²-borden en op kleiner formaat in alle brievenbussen van Vlaanderen.

Zuid-Afrika: “Witten, ga naar jullie huis in… Europa!”

Op de vooravond van wat bij ons als “Feest van de Arbeid” gevierd wordt, vond in de Universiteit van Suid-Afrika (UNISA) in Pretoria een groot debat plaats over de door kersverse president Ramaphosa onder luide bijval aangekondigde diefstal van hogerhand, die eufemistisch aan het volk wordt verkocht als “grondhervorming zonder vergoeding”. Voor die aankondiging kreeg multimiljonair Cyril Ramaphosa in het Kaapse parlement applaus, waar hij bij zijn aantreden een rede van een vol uur had geleverd, zonder ook maar met één woord te reppen over de stelselmatige volkenmoord op blanke grondeigenaars en/of hun gezinsleden die niet zelden gepaard gaat met gruwelijke sadistische folteringen.

Hun verdiende loon, luidt vandaag de algemeen gangbare mening van de gekleurde miljoenenmeerderheid in de door wijlen Nelson Mandela goed bedoelde maar pijnlijk mislukte “regenboognatie” waar in april 1994 eindelijk de Democratie was uitgebroken. Hun verdiende loon, want hebben de witte “kolonisten” die in april 1652 met Jan van Riebeeck aan de Kaap zijn neergestreken, niet de grond gestolen van de zwarten die… toen nog in geen velden of hutten te bespeuren waren, omdat zij pas honderd jaar later, vanuit Noord-Afrika, het wilde gebied aan de zuidelijke Tugelarivier zouden inpalmen en terroriseren.

En kijk, ook dat “moderne” debat van 30 april 2018 in de fraaie, door “witten” ontworpen gebouwen van UNISA, waar wijlen Nelson Mandela zijn advocatendiploma heeft behaald, werd door de luidruchtige woordvoerders van de 50 miljoen zwarten… geterroriseerd. De politici en academici die het ongeluk hadden niét te behoren tot de EFF (Economic Freedom Fighters – Economische Vrijheidsvechters, sic) van protestliedzanger en opruier Julius Malema of iets soortgelijks, werd in dat “debat” het spreken belet door getier en geschreeuw en gezang van protestliederen. Uitkaffering (als ik hier dat woord mag gebruiken…) en afsnauwing vielen deze beschaafde deelnemers aan het “debat” ten deel. Het leek zélfs niet met hun pigment te maken te hebben, want de getaande leider van de COPE (Congress of the People – Congres van het Volk), Mosiuoa Lekota, werd tijdens zijn toespraak uitgekreten voor “hensopper”, het scheldwoord waarmee de volksgetrouwe Boeren van Transvaal en Oranje-Vrystaat in de Tweede Vryheidsoorlog van 1899-1902 de overlopers naar de Britse invallers bejegenden.

Voor hij het podium verliet, wreef hij nog wel de ongemanierde amokmakers onder de neus dat zij al te gemakkelijk aan het schelden sloegen en andersdenkenden van verraad beschuldigden, terwijl zij niet eens wisten “hoe wij hier gekomen zijn”. Ook een vooraanstaand lid van de ANC-jeugdliga werd al na vijfminuten van het spreekgestoelte gejouwd en kort daarop begonnen belhamels van ANC en EFF zowaar mekaar uit te jouwen. Symbolisch voor het wereldwijd gewaardeerde “nieuwe Zuid-Afrika”? Toen de orde hersteld was, mocht toch nog een spreker zijn bijdrage aan het grote debat zonder gejoel en gejouw afwerken. Dat was ene Andile Mngxitama (…), leider van die andere beruchte beweging: de Black First Land (BLF) – Zwart Eerst Land. Die man kwam dan ook de “waarheid” vertellen die het woelige gehoor uit het hart gegrepen was: “Toen de witten onder het apartheidsbewind onze grond gestolen hebben, hebben zij dat niet onder dekking van een wet gedaan. Daarom moeten wij als zwarte Afrikanen nu ‘saamstaan’ en pakken wat van ons is”.

Als kers op de koek mocht voormalig EFF-parlementariër van het vrouwelijk geslacht, Khanyisile Litchfield-Tshabalala, ook al zonder onderbreking, de grote debatavond met een vrouwelijke toets afronden. Geniet met mij mee van die (h)eerlijke toets: “Witten zijn het toppunt van verdorvenheid. Waarom moeten wij kolonialisten op enige manier vergoeden? Waarom lopen wij op onze tenen tussen witten? Witten hebben een huis in Europa; waarom gaan zij daar niet in wonen?”

Geef toe, gewaardeerde lezers van beider kunne, politici die de problemen in hun land op zo’n makkelijke manier weten op te lossen, zijn niet alleen hun gewicht in goud waard, maar tevens de blijvende waardering van al hun landgenoten, die fameuze witten met hun huis in Europa inbegrepen!

Noteer dat de witten in Zuid-Afrika intussen, eind april 2018, alweer een record hebben beleefd: 7 “plaasmoorde” op 8 dagen tijd. Kersverse president Cyril Ramaphosa staat er niét bij en zwijgt erover. Helaas…

Vlamingen en Afrikaners: gelijkenissen en verschillen, van 1302 tot de Slag bij Majuba (1881)

Onze redacteur Hector van Oevelen is een groot Zuid-Afrika-expert.  Binnenkort trekt hij alweer enkele weken daarheen, en zal ons actuele berichten sturen.  Intussen bereidt hij zich voor met deze tekst: de gelijkenissen tussen Vlamingen en Afrikaners.

Op 30 januari 2017 had ik de eer en het genoegen in Pretoria onder die titel een Afrikaanstalige lezing te mogen geven voor “Die Genootskap vir Eientydse Geskiedenis”. Omdat ik daarvoor met enige nadruk was uitgenodigd door de in de Vlaamse Beweging niet onbekende Henk van de Graaf, die in Warmbad ook enkele dagen mijn gulle gastheer was geweest, kon ik in geweten dat verzoek onmogelijk naast me neerleggen en heb ik de Afrikaner broeders en zusters een uur lang over dat niet zo makkelijke onderwerp onderhouden. Voorzitter en jarenlange vriend Henk had maar twintig minuten spreektijd voorzien, maar zelfs een uur volstond op verre na niet om de aandachtige toehoorders min of meer wegwijs te maken in de deels gelijkende, deels verschillende aspecten in de geschiedenis van onze twee kleine broedervolken.

Bij de gelijkenissen heb ik verwezen naar de niet te miskennen verdeeldheid, die soms zelfs neigt naar vijandigheid, in de gelederen van activisten die allemaal beweren, hand op het hart, dag en nacht begaan te zijn met de ontvoogding van het volk waaruit zij gesproten zijn. Nog een treffende gelijkenis: zowel de Vlamingen als de Afrikaners hebben in hun geschiedenis slechts één oorlog gewonnen. Tot verbazing van de rest van de wereld, hebben beide kleine volkeren dat historische wapenfeit tot een goed einde weten te brengen tegen het machtigste leger van hun tijd. Niet te miskennen verschil: de Vlamingen hebben dat voor mekaar gekregen op 11 juli 1302 tegen de Fransen, de Afrikaners hinkten historisch 579 jaar achterop, want hùn eerste en enige oorlog zouden zij pas winnen op 27 februari 1881 tegen het Britse leger van kween Victoria o.l.v. generaal Colley. Het machtigste leger van die tijd werd op zondag 27 februari door die militair ondermaats geachte Boeren van Paul Kruger, voor het oog van heel de toenmalige wereld, verslagen op de top van de Amajoebaberg en tot op onze dagen wordt die overwinning in Zuid-Afrika nog steeds massaal gevierd elk laatste weekeind van februari.

De geschiedenis van de Franse vernedering bij de Kortrijkse Groeninghebeek acht ik bij de lezers van RechtsActueel voldoende gekend, maar over de verbazende ontknoping van de Eerste Vryheidsoorlog op het Zuid-Afrikaanse drielandenpunt tussen Transvaal, Oranje-Vrystaat en Natal, wil ik graag wat meer vertellen. Al heb ik nog niet het voorrecht gehad die driedaagse  herdenking van die oorlog te mogen meebeleven, eind vorige eeuw heb ik, samen met een aantal nog voldoende fitte reisgezellen, die Majoebaberg tot op de top te beklimmen. Al is Amajoeba eigenlijk “maar” een heuvel, een “koppie”, die beklimming is niet bepaald een makkelijke klus. Vooral het eerste deel, het steilste, valt niet te onderschatten, zeker niet voor ongeoefende plattelandsbewoners die niet zo piep meer zijn. Wel konden wij toen bergop in het spoor van een vrouwelijke gids die, hoewel toch ook al 60+, gezwind als een hinde naar de top huppelde, terwijl zij honderduit, alsof zij er in 1881 zelf was bij geweest, tot in al zijn bijzonderheden het verloop van die strategisch goed geplande zege van “die klein Boerevolkie” op de Britse reus, uit de nevelen van de geschiedenis deed herrijzen. En hoe!

De Slag bij Amajoeba staat in de geschiedenis geboekstaafd als een van de zwaarste nederlagen die de machtige natie die eens van zichzelf placht te zingen dat zij moest rule the waves (heersen over de zeeën), te verduren heeft gekregen. De gelijkenis met onze eigen militaire guldensporenzege in 1302 zal de lezer allicht niet ontgaan, al gapen er meer dan vijf eeuwen tussen beide strategische voltreffers. Pikant detail: Amajoeba betekent in Bantoetaal: Plek van veel duiven (ama=veel en joeba=duiven). Veel zinnebeelden van vrede?…

Bobbejaan klim die berg

Wie van ons heeft het niet uit volle borst meegekweeld “om die rooinek te vererg”? Die zondagochtend van 27 februari 1881 trok mevrouw haar man, bevelvoerder van het Transvaalse burgerleger, aan zijn mouw met de wat paniekerige mededeling: “Die Britte is op die berg!” Dat was het eerste wat zij gezien had toen zij uit de kerk was gekomen. Dat had zij goed gezien, want de mannen van generaal Colley hadden die nacht de Majoebaberg veroverd. Er moeten makkelijker opdrachten denkbaar geweest zijn voor jonge mannen van “oorsee” die, met pak en zak beladen, na een lange mars van Natal naar Transvaal, de berg op gejaagd werden langs zijn moeilijkste flank, de steile westelijke achterkant. Beslist geen doetje, die generaal-majoor Sir Pomeroy Colley die tegelijk opperbevelhebber van de Britse troepen in Zuid-Afrika, gouverneur van de provincie Natal én Hoge Commissaris van de Britse kolonies in Zuidelijk Afrika was.

Het bezetten van de Majoebaberg was voor de bevelvoerder strategisch heel belangrijk, omdat hij van op de top aan alle kanten een klare kijk had op de vlaktes van Transvaal, Oranje-Vrystaat en Natal. Vandaar zijn bevel aan de 405 uitgeputte soldaten die eindelijk boven waren geraakt, dat zij de veroverde stelling minstens drie dagen moesten blijven bezetten. Terwijl zijn troepen zich strategisch over de berg verspreidden, besloot hijzelf in het midden van de kruin wat verloren slaap in te halen. Zelfverzekerd als hij was, zal het waarschijnlijk niet in zijn knappe kop zijn opgekomen dat, na de ontdekking van mevrouw Joubert, zijn rust wel eens van korte duur zou kunnen zijn. Uiteraard had hij ook geen weet van commandant-generaal Jouberts niet mis te verstaan bevel: “Haal die rooinekke van die berg af!” Hoe de Boeren die zondagse klus geklaard hebben, herinner ik mij nog levendig uit de patriottisch onderbouwde en fors aangedikte “wedersamenstelling” van gids Anna die – toeval of toch niet? – op dezelfde familienaam mocht bogen als de door haar bewonderde kommandant-generaal.

Dank zij haar aanstekelijk geestdriftige feitenrelaas voelden wij ons haast lijfelijk betrokken bij de heldhaftige onderneming van generaal Nikolaas Smit, die met de spontaan aangetreden vrijwilligers drie secties had gevormd o.l.v. commandant Joachim Ferreira en de assistenten-veldkornet Fanus Roos en Danie Malan. Onder de klimmers bevond zich ook de jonge Christiaan De Wet, die na de slag tot veldkornet bevorderd werd, maar vooral naam zou maken in de Tweede Vryheidsoorlog (1899-1902) als de roemruchte “uitvinder van de guerilla”. De bevelen waren even strikt als duidelijk: geen woord spreken tijdens de klim en de mannen van boven de vijftig moesten zich achter de rotsen van het eerste platform verdekt opstellen en schieten op elke Engelsman die het zou wagen zijn “rooikop” over de bovenste rand uit te steken. Die stille strategie moest de rest van de Boeren in staat stellen om onder vuurdekking te vorderen tot vlak onder de kruin, die ze tegen het middaguur, na een sprakeloze klim van zes uur, ongezien van daarboven, wisten te bereiken.

Tegen kwart voor een achtten de Boereleiders, die zélfs in de Engelse pers van die dagen geprezen werden om hun groot strategisch talent, het ogenblik rijp om aan de operatie zuivering te beginnen. Op hun teken bestormden hun mannen met hevig geweervuur “Gordon se koppie”, een van de drie heuvels op de Majoebatop. De Britten waren – hoe zou je zelf geweest zijn?… – totaal verrast en zo verward dat zij geen schijn van weerwerk wisten te bieden en Gordons koppie in handen moesten laten van de Boeren, die zij spottend wel eens bavianen durfden te noemen. Bobbejaan, klim die berg, zoals wij allemaal wel eens meegezongen hebben, nietwaar?

De Boeren, geoefend en bedreven in de jacht, waren geduchte scherpschutters en hun trefzekerheid kostte het “onoverwinnelijke Albion” die zondag grote verliezen. Het werd er niet beter op toen generaal Colley door een van die scherpschutters vlak boven zijn rechteroog dodelijk getroffen werd. Tijdens mijn jongste bezoek, begin januari 2017, wist mijn toffe kameraad Dawid Grobbelaar, oud-kolonel van de Weermacht, mij te vertellen dat Colley niet enkel in zijn oog, maar ook in zijn militaire trots gekwetst was en daarom aan een van de overwinnaars zou gevraagd hebben hem het genadeschot te geven. De revolver waarmee dat verzoek zou ingewilligd zijn door de aangesproken Transvaler, zou vandaag nog familiebezit zijn van zijn nageslacht, maar over de echtheid van Dawids verhaal durf ik mijn hand niet in het vuur te steken. Historisch staat wel vast dat generaal Colley kort na de berstorming de geest heeft gegeven. Hij is ter plekke begraven en wat er van zijn regimenten nog overbleef, is in paniek over de achterste kruin gesprongen, waarbij zij gekwetst (134), gedood (92) of gevangen (59) werden.

De Eerste Vryheidsoorlog was voorbij, wat op 21 maart 1881 leidde tot een vredesverdrag tussen Boer en Brit. Helaas zou de vrede maar van korte duur zijn, want  zoals het Franse leger in de middeleeuwen, kwam 600 jaar later ook het vernederde Engelse leger terug. Tot in het paleis van kween Victoria toe, was in Albion de strijdkreet “Remember Majuba!” (Gedenk Majoeba!) immers nooit van de lucht geweest en van 1899 tot 1902 zou aan de zuidpunt van Afrika een ander soort oorlog worden gevoerd, waar wij later nog van zouden horen: een oorlog van verschroeide aarde, concentratiekampen, volkenmoord…

HVO

 

Afscheid van Freddy Van Gaever, dwarsdenker

Toen ik die vrijdagmiddag 15 december op TV te horen kreeg dat ondernemer en Vlaamsgezinde politicus Freddy Van Gaever (°Berchem, 19 juni 1938) ’s nachts aan kanker overleden was, werd ik daar droevig van. Tegelijk was ik ook wel een beetje trots dat ik tot zijn vriendenkring heb mogen behoren en hem zowat overal tegen het lijf liep waar er aan Vlaamse beweging werd gedaan, van nieuwjaarsrecepties van die “onnoemelijke” partij waarvan ik géén en hij wél een lidkaart op zak had, tot gezelligheidjes van het Seniorenforum waarvan hij korte tijd voorzitter en langere tijd geldschieter is geweest. Ook al liep ik aan de Van Tichelenlei in Wommelgem “zijn deur niet plat”, zoals de volksmond zegt.

Ook moest ik bij dat treurige nieuws spontaan terugdenken aan de begrafenis, tien jaar geleden, van Karel Dillen naar wie Freddy steeds met een grote achting heeft opgekeken. De van Wies Moens geleende leuze “Liever wolf in het bos dan vette hond met een keten om de hals”, leek mij ook de échte vrij…denker Van Gaever uit het hart gegerepen. Ja, zo bestond Freddy: wat hem op het hart lag, rolde hem ook over de tong. Dat heeft heel Vlaanderen, voor zover niet verlink(s)t, gelezen in de “feestelijke” boeken die hij heeft nagelaten: “Voetbal een feest?” – “Luchtvaart een feest?” – “Volksvertegenwoordiger een feest?” en “Het leven heeft geen prijs” (i.s.m. André Courbez en Willy Heyninck).

Omdat deze vindingrijke ondernemer ook aan den lijve heeft moeten ondervinden dat je niet zomaar ongestraft en ongedwarsboomd voor een foute partij kan kiezen in dit apenland, moest Freddy noodgedwongen een schuilnaam uitvinden om voor zijn boek “Zestig rode rozen” een uitgever te kunnen vinden. Een feest, zei u?… Het is heel goed denkbaar dat Freddy’s zakenleven een feest was geworden indien hij in zijn eerlijke en rechtlijnige volksverbondenheid niet die “foute” partijkeuze had gemaakt, want zijn zakelijke initiatieven waren origineel en durvend genoeg om hem geen windeieren te leggen.

Na het behalen van zijn licentiaat in de handels- en maritieme wetenschappen aan de UFSIA en met de titel van “master of tourism” van het Postuniversitair Centrum Limburg, stampte hij in 1963 zijn eerste eigen bedrijf uit de grond: “Freddytrans”. Na meer dan een halve eeuw werkt dat bedrijf nog altijd, maar het heet nu “Tracto NV”. Veertig jaar na Freddytrans meldde het Staatsblad de oprichting, op 8 juli 2003, van zijn jongste firma: Van Gaever N.V.. Wat in Vlaamse zakenkringen tot ver daarbuiten, het meeste opzien (én afgunst) baarde, waren Freddy’s successen in de luchtvaartsector. Hij was de stuwende kracht achter de oprichting, in 1967, van Delta Air Transport, later herdoopt in SN Brussels Airlines en vandaag bekend als kortweg Brussels Airlines.

Wat misschien weinigen weten en wellicht velen niet (meer) willen weten: de Vlaming Van Gaever was ook actief betrokken bij de oprichting van European Air Transport, nu wijd en zijd bekend als DHL Express Belgium, VLM Airlines en VG (Van Gaever) Airlines, later Delsey Airlines. Als niet te onderschatten luchtvaartspecialist, voelde Freddy zich in de bekrompen zakenwereld van ’t klein “belgieksken” fors ondergewaardeerd, maar bovenal voortdurend tegengewerkt en geboycot om waarschijnlijk geen andere reden dan dat hij zonder minderwaardigheidscomplex, naar Gezelles dichterlijk woord, Vlaming wilde zijn én blijven die God Vlaming schiep. Daardoor is zijn veel belovende Vlaamse vliegtuigmaatschappij mét Vlaamse leeuw niet van de grond geraakt, zogezegd wegens het te laat indienen van een businessplan, waardoor hem zogezegd niet tijdig een ‘air operator certificate’ kon afgeleverd worden en hij zijn grootste levensdroom moest opbergen.

Ook in de vervoersector werden zijn gedurfde initiatieven, zoals de veel doelmatiger “langesnuit” vrachtwagens, op een meewarig lachje onthaald. Nochtans had de bereisde zakenman in de Verenigde Staten de voordelen van die lange snuiten leren kennen en naar waarde schatten, maar herlees mijn sneertje naar ’t klein belgieksken en meteen zal je ook begrijpen waarom “politicus” Van Gaever zich nooit “thuis” heeft kunnen voelen in wat ’t Pallieterkes stichter-hoofdredacteur Bruno de Winter smalend de “praatbarak” is gaan noemen. In die praatbarak, d.w.z. in de ten onrechte Vlaams parlement genoemde zandbak ervan, zetelde Freddy voor het Vlaams Belang van 2004 tot 2007, waarna hij nog drie jaar senaat “deed” en zich, naar hij later in zijn “Volksvertegenwoordiger een feest?” onthulde, voortdurend zat af te vragen wat hij daar eigenlijk deed. “Natuurlijk” sprongen de “weldenkenden” hem in de pers in de nek, zoals professor en politicoloog Luc Huyse in De Morgen van 17 november 2012, die sneert dat hij “al die tijd in het parlement nauwelijks zichtbaar was” en dus volkomen terecht in een parlementair rapport van kwaliteitskrant De Morgen… 0 op 5 kreeg en van die andere kwaliteitskrant zònder AVV-VVK… 1 op 10. En, o ja, doet belgicist Huyse de kwaliteitslezers nog kond: bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 “verzamelde” Van Gaever 64 voorkeurstemmen achter zijn naam.

De gemoedelijke Vlaamse volksvriend van Wommelgem, waar hij elf (!!!) keer de “verrijking” van de multikul heeft mogen ondergaan, heeft het allemaal niet aan zijn (goede) hart laten komen, maar levenslang gedaan wat hij zijn Vlaamse plicht achtte. Met vrouw Godelieve was hij gelukkig getrouwd en voor Ann, Kristin en Jan probeerde hij, bij al zijn beslommeringen op verschillende terreinen, een goede papa te zijn. De brede Vlaamse Beweging kon altijd op Freddy rekenen, maar een schouderklopje nu en dan deed hem wel plezier. En van plezier gesproken, weten jullie waar die schuilnaam vandaan kwam waaronder onze zakenman-politicus zijn “Zestig rode rozen” heeft geschreven. Die schuilnaam was Frank DEWIA en die stond voor: Frank (Van Hecke, toen voorzitter van die onnoemelijke partij), Dewinter en Annemans. Om maar te zeggen dat deze vriendelijke dwarsdenker (en niet alléén in de politiek), ondanks alle roofovervallen en andere pesterijen en boycots, nooit zijn aangeboren gevoel voor Vlaamse humor en relativering had laten varen. Een recht-door-zee Vlaams beweger om U én dank U tegen te zeggen. Al ben je véél te vroeg gestopt met Vlaams bewegen, dierbare Freddy, dank U voor alles!

Hector Van Oevelen

Plaasmoorde Zuid-Afrika: februari 2017 was kortste en bloedigste maand ooit

In de maand februari, die slechts 28 dagen telt, zijn er in Zuid-Afrika liefst 17 boeren of gezinsleden van boeren vermoord. Sinds de “heilige” Nelson Mandela zijn broeders en zusters  “bevrijd” heeft van “het smerig, mensonterend” bestel in Kaapstad en Pretoria, staat dat voor wit Zuid-Afrika als een triest, een héél triest record geboekstaafd in zijn toch al erg bewogen geschiedenis: meer dan één moord om de paar dagen…

Hou je er rekening mee dat er net zo goed 45 dodelijke slachtoffers hadden kunnen vallen, want 28 overvallen zijn in die kortste maand niet tot een “goed einde” gebracht, dan zal je allicht, net als je dienaar, de onweerstaanbare drang in je binnenste voelen opborrelen om een gelukwenstelegram te sturen naar het democratisch regime dat dergelijke barbarij op haar beloop laat. Straffer nog: het democratisch aan de macht geholpen bewind van Kaapstad heeft onlangs een parlementair debat over die helse “plaasmoorde”… onontvankelijk verklaard. Er mag van Democraat Jakob Zuma niet op in gezumd worden, in krasse tegenstelling met zwarte aanspraken op onteigening van “witte” landbouwgrond, waarover wel gedebatteerd mag (moet?) worden in de Kaapse Tempel van Ware Democratie.

De belangenvereniging die de meeste boeren van de republiek vertegenwoordigt, de Transvaalse Landbou Unie (TLU-SA), toont zich, begrijpelijk, diep geschokt door het statistisch record. Adjunct-president Henry Geldenhuys trok prompt aan de alarmbel met een dwingende oproep aan alle voedselproducenten van zijn land: “Draag je vuurwapen en zorg dat je weet hoe je daarmee om moet gaan. Als het bij jou alleen maar dient om in de kluis te laten liggen, verkoop het asjeblief! Sluit aan bij ‘plaas’- en buurtwachten en blijf op de hoogte van alle veiligheidsinitiatieven, van welke organisatie die ook mogen uitgaan”.

Terwijl het witte kruisen langs de hoofdsnelweg N1 bij Potgietersrus elke dag talrijker worden, (een monument opgericht op privégrond met een wit kruis voor elke Boer die vermoord wordt, NVDR)ligt de Kaapse Democratie wakker van het beplande standbeeld van zes meter hoog voor Zuma de Grote, dat de belastingbetaler (die overwegend wit van vel is) de habbekrats van zes miljoen rand, (één miljoen per lopende meter), zal gaan kosten en waar in de Afrikaner pers al flink de spot mee gedreven wordt. De kop van het standbeeld moet suggereren dat hij hol is, lees ik onder andere.

Een mens zou erom lachen als de Zuid-Afrikaanse werkelijkheid van elke dag niet zo ten hemel schreiend droef was. Ja, het diepgelovige Boerevolk onder “die blou van sy hemel” waar het in zijn prachtige volkslied van zingt, rekent op de hemel, zoals verwoord door de ondervoorzitter van zijn landbouwunie: “Bid elke dag voor de hand van bescherming van de Heer en neem deel aan de ‘verootmoedigingsgelegenheden’ in je omgeving”.

Het wereldgeweten, het geweten van de “Beschaving”, zwijgt bij dit februari-moordrecord intussen als… vermoord, de zó goed ingelichte pers van het Vlaamse “broedervolk” niet uitgezonderd. Die pers heeft het immers véél te druk met “racistische” uitspraken van minister Crevits…

hvo

Onze man in Orania, Zuid-Afrika: vraaggesprek met Carel Boshoff jr.

orania-hotelOnze man Hector Van Oevelen bezocht onlangs opnieuw voor langere tijd Zuid-Afrika, waar onze etnische verwanten, de ‘Afrikaners’, de blanken die een aan het Nederlands verwante taal spreken, het ‘Afrikaans’, proberen te overleven in een nu door communistische zwarten beheerst land.  Hij bezocht natuurlijk ook ‘Orania’, een door Afrikaners gesticht nieuw dorp, dat wil uitgroeien tot een stad.  Hier is zijn exclusief vraaggesprek met de verantwoordelijke daar!  Verplichte lectuur voor al wie het land eens wil bezoeken!
Op 20 en 21 januari was ik in Orania in de Grote Karoo aan de oever van de Oranjerivier en mocht ik Carel Boshoff jr. ondervragen voor dit veel gelezen RechtsActueel. Ik was al daar in 1994, drie jaar na de stichting en begin van de 21ste eeuw ook een paar keren, maar o wat is daar sindsdien een vooruitgang gewrocht! Voor mij reden genoeg om bij grote baas Carel Boshoff te polsen naar zijn wondermiddel om zoiets voor mekaar te krijgen.
orania1
H: Carel, de idee is ontsproten aan het brein van je pa, schoonzoon van de grote staatsman dr. Hendrik Verwoerd. Kan jij
onze lezers in ’t kort vertellen wat zijn bedoeling is geweest met die embryonale volksstaat in deze godvergeten, woestijndroge uithoek van de Grote Karoo?
C.B : Nog voor de machtsovername door Nelson Mandela heeft mijn vader ingezien dat de Afrikaners in dit land de macht zouden moeten afgeven. Al was die idee rond 1990 niet populair, vader vond dat onze vrijheid enkel kon worden gehandhaafd in een kleiner gebied en dat het een gebied moest zijn waar die vrijheid vol te houden was. Daar woonden weliswaar ook veel Afrikaners rond Pretoria, maar daar waren de bevolking en de economie te zeer gemengd en zou de Afrikaner vrijheid niet houdbaar zijn, meende vader.
H: Wanneer is je vader, van wie jij de voornaam hebt meegekregen, met de uitvoering van zijn toch wel heel gedurfde idee begonnen?
C.B: Verleden jaar hebben wij het zilveren jubileum gevierd: de grond voor Orania en de totaal vervallen gebouwen die erop stonden zijn gekocht in 1991.
oraniakaart
H: Ter inlichting voor onze lezers, wat is precies jouw functie in Orania?
C.B: Ik ben de president van de Orania Beweging die Orania voorafgegaan is en de voorzitter van de gemeenteraad, die wij dorpsraad noemen.
H: Is het juist dat vaders stoutmoedige initiatief toen bij de gemiddelde Afrikaner nogal afwijzend onthaald is?
C.B: Ja, die vond het enerzijds onnodig en anderzijds te moeilijk uitvoerbaar. Het alternatief van een Afrikaner volksstaat sloeg niet aan bij het gewone publiek, dat dacht: “Ik blijf waar ik ben. Het zal hier wel goed blijven gaan en met een goeie regering is het onnodig offers te brengen”. Dat is wel heel erg tegengevallen. Voor Zuid-Afrika zijn de vooruitzichten gezakt, voor Orania zijn ze versterkt.
oraniavlag
H: Sinds ik hier kom – met mijn eerste Vlaamse toergroep reeds in 1991 – ben ik altijd diep onder de indruk geweest van de sterke motivering van de mensen hier om met wat jullie noemen “zelfwerkzaamheid”, van Orania een succesverhaal te maken.  (NVDR: Zelfwerkzaamheid = we huren geen goedkope zwarten in om ons gazon te maaien of ons huis te poetsen, maar we doen dat zelf of huren duurdere Afrikaner-arbeidskracht in.) Verklaring?
C.B: Zonder die zelfwerkzaamheid zouden we weer afhankelijk worden van zwarte arbeid en zou Orania binnen korte tijd overbevolkt geraken, zoals nu in Zuid-Afrika het geval is, met alle nadelen vandien. Die zelfwerkzaamheid is tegelijk bevrijdend voor de mensen zelf.
H: De vrouw van een boer bij wie ik te gast was, vertelde mij dat de witten niet willen werken. Zij staan liever langs de straat te bedelen en dat zou hun ook meer opbrengen dan werken.
C.B: De transformatie van Zuid-Afrika heeft heel wat cultureel en moreel verval teweeggebracht. Vooral op persoonlijk vlak heeft dat een grote invloed gehad op de bruikbaarheid van blanke Afrikaners. Van die afwijzing van zelfwerkzaamheid zijn veel voorbeelden aan te halen. Onze visie biedt een alternatief: de arbeid structureel en in gemeenschapsverband aanpakken. In dorpen of steden met alleen maar Afrikaners moeten mensen werken om te leven. Daar werken zelfs mensen die vroeger werkschuw waren, weten wij uit ervaring. Geslaagde zelfwerkzaamheid is een van Orania’s grootste successen!

H: Hoe zie jij de toekomst van dit “dorp”?
C.B: Buiten een geestelijke en culturele, denk ik ook aan een fysieke en territoriale toekomst. Het ene kan niet zonder het andere. Ons streefdoel is een werkende, levende Afrikaner volksgemeenschap, een sterke kern van Afrikanerschap. Die kern moet groot genoeg uitdijen om staatkundig onafhankelijk te
kunnen zijn en blijven: een volksstaat.
H: Meneer de President, hoeveel “politiestasies” zijn er in Orania?
C.B: Geen. Wij hebben hier wel een plaatselijk veiligheidskomitee.
oraniawelkom_bord_orania
H: Dat wil dus zeggen dat jullie geen noemenswaardige misdadigheid kennen. Waarom komt dan niet iedere blanke van Zuid-Afrika in Orania wonen?
C.B: Ondanks de hoge misdaadcijfers in Zuid-Afrika, voelen de mensen zich daar nog veilig dank zij hun dure beveiligingssystemen waarvan ze allemaal denken dat die hen voldoende bescherming bieden. Pas wanneer dat niet zo blijkt te zijn, beginnen zij aan Orania te denken. Heel veel inwoners hier waren slachtoffers van misdaad in Zuid-Afrika en zijn dan naar Orania verhuisd.
orania2
H: Een dokter met een drukke praktijk in Pretoria heeft mij eens gezegd: “Orania, dat is niks voor beroepen zoals het mijne. Wat zou ik daar moeten gaan zoeken?”
C.B: Omdat wij dat wel meer te horen krijgen, hebben wij nu gekozen voor gespecialiseerde ontwikkeling. Een stad met 10.000 inwoners biedt wel mogelijkheden voor dergelijke beroepen. Daarom willen wij een stad worden.
H: Lijkt mij niet zo makkelijk. Vandaag zijn jullie met 1.350, wanneer denken jullie die 10.000 te halen?
C.B: Daar zetten wij geen termijn op, omdat er te veel kan veranderen waar wij geen controle over hebben. Als zich hier morgen een cataclysme voordoet, wat dan? Zonder zo’n ramp zal Orania gestadig aan wel naar de 10.000 groeien.
H: Wel ja, vrienden vertellen mij dat er in de rest van Zuid-Afrika een groeiende belangstelling is voor jullie volksstaat in wording.
C.B: Die belangstelling groeit heel snel! Er heeft een diepgaande verandering plaatsgevonden in de geesten van de Afrikaners tegenover de idee van Orania, wat wij uiteraard toejuichen.
H: Ook jullie begroting heeft blijkbaar een diepgaande verandering ondergaan. Hoeveel beloopt die vandaag?
C.B: Onze specialist daarin is Frans de Klerk, en het antwoord is 30 miljoen rand (ongeveer 2.071.108 euro).  Niet onaardig voor een dorp van 1.350 mensen, niet?
H:  Wat is de voertaal in Orania?
C.B: Die is uitsluitend Afrikaans, maar wij staan niet vijandig tegenover andere talen.
H: En hoe staan jullie tegenover de Vlamingen?
C.B: De laatste jaren lijkt de verhouding ietwat verkild, maar we doen veel moeite om daar verbetering in te brengen. Om de twee jaar bezoekt een afvaardiging van Orania Vlaanderen, soms met maar twee of drie, soms met twaalf tot vijftien.
H: Als ik mij niet vergis, was ik hier met een groep Vlamingen in 2003, maar wat is het hier uitgebreid op die dertien jaar!
C.B: Het toerisme is beslist een sterk groeiende sector, maar het kan altijd beter. Meer waardering en erkenning voelen wij hier aan als een bron van steun.
H: Wat heeft Orania aan speciale aantrekkelijkheden te bieden?
C.B: Dat zullen uw lezers zeker weten te waarderen: echte ontmoeting met Afrikaners en hun habitat, uitzonderlijk natuurschoon in een warm klimaat, een mooie sterrenhemel, heel veel zon en een ongerepte omgeving.
oraniarestaurant-aan-de-oranjerivier
H:Ik mocht logeren in het prachtige hotel “Aan die Oever”, met onbelemmerd uitzicht op de Oranjerivier, die “groot rivier” waar ook de Vlamingen zo graag van zingen, maar hoeveel accommodatie hebben jullie te bieden?
orania3
C.B: De Vlamingen zijn welkom met 150! Er is een grote verscheidenheid in ons aanbod: hotel, kamperen, gastenkamers…
H: Ziet president Boshoff de toekomst van zijn Orania rooskleurig tegemoet?
C.B: Ja, ik zie de toekomst als een groot avontuur, met uitdagingen, problemen, oplossingen.
H: Een heel positieve noot om te besluiten. Tot binnenkort in de stad Orania en tot iets later in de Afrikaner volksstaat aan de zonnige Oranjerivier! En baie dankie vir die lekker onderhoud!
HVO
hectorvanoevelen
boa
« Oudere berichten