IJzerwake 2018: Vlaamse staat, het gezin en de Nederlandse taal

Dit jaar bezochten wederom zo’n 4.000 nationalisten de IJzerwake, de wake voor de gevallen frontsoldaten in de Europese broederoorlog van 1914-1918. Er was zoals ieder jaar ook een actuele boodschap, deze luidde: Volk, word staat! Twee vurige toespraken waren er te horen, van gastspreker Guido Moons en van de voorzitter van de IJzerwake Wim de Wit. Daarnaast stonden er nog talloze andere onderdelen op het programma van de wake en dit onder afwisselend weer van zon, wolken en een frisse wind. Een verslag van de 17de IJzerwake.

Het programma van de IJzerwake kent een traditionele lijn met veel vaste onderdelen; zoals het muzikale intro door het VNJ, de Eucharistieviering met een IJzerpsalm en het Gebed voor het Vaderland. Daarnaast waren er teksten van Anton van Wilderode te horen, de vaste bloemenhulde en het gedenken van enkele overleden personen. Diverse liederen kwamen voorbij waarvan een aantal door het publiek werden meegezongen. Belangwekkende momenten uit de Vlaamse vrijheidsbeweging, zoals de vernederlandsing van de Gentse Universiteit in 1930 en de zes staatsmisvormingen van 1970 tot en met 2011 werden naar voren gebracht. Ook de Vlaams muzikant Bart De Bard speelde enkele liederen, waaronder het nummer ‘Vlaanderen, ik hou van jou’. Een optreden van hoog kaliber mede door de prachtige zangstem die veel bezoekers zichtbaar konden waarderen. De thematekst ‘Volk, word staat!’ volgde, met daarna de spectaculaire vlaggenparade, de Eed van Trouw en aan het einde de samenzang van de nationale liederen.

Hoogtepunt van de bijeenkomst was de geestdriftige gasttoespraak van Guido Moons, die historische gebeurtenissen wist de duiden en te vertalen naar het heden. Hij sprak over de Eerste Wereldoorlog die volgens hem niet enkel een strijd tegen de Duitse oorlogsmachine was, maar ook van doen had met sociaal onrecht, Vlamingenhaat en de vijand in eigen kring. Toen was zelfbestuur de eis, nu onafhankelijkheid. Moons wees op het belang van de Vlaamse identiteit, dat hoewel identiteit een complex gegeven is, wel degelijk te duiden valt en zeker van belang is. De Nederlandse taal zou als kern hiervan als bindende element voor Vlaanderen moeten dienen. Kritiek gaf Moons op de lakse houding m.b.t. verdediging van het Nederlands, waar het universiteiten en hogescholen betreft. Verengelsing is volgens hem een groot probleem. Bij Leuven Vlaams in 1968 speelde democratisering als eis ook een grote rol. Nu wederom, want met het Engels wordt de universiteit enkel ‘for the happy few’, liet Moons weten.

De toespraak van voorzitter van de IJzerwake Wim de Wit mocht er zijn. Volgens de Wit zal de komende strijd niet fysiek zijn, maar op het vlak van het persoonlijke. Zoals het gezin, identiteit en het man of vrouw zijn. Hij sprak over landverraders, gendertoiletten, het openen van de grenzen als een uitnodiging voor ijverige mensensmokkelaars. Tevens vond de Wit de islamisering een bedreiging van de toekomst van een zelfstandig Vlaanderen. De schuld legde hij bij de politici, die grenzen dicht horen te doen. De uitbreiding van de rol van Franse rechtbanken in Vlaanderen ziet Wim de Wit als een verdere verfransing van Vlaanderen en hij liet weten dat er meer Vlaamse burgerplicht nodig is om o.a. deze ontwikkeling tegen te gaan. België werd door de Wit neergesabeld als een inhoudsloze structuur om geld van Vlaanderen naar Wallonië over te hevelen.

Na het officiële programma van de wake gingen veel bezoekers nog kijken bij IJzerfolk, waar nationalistische muziek werd gespeeld en men kon dansen. De talloze bezoekers waren in woord en gebaar zichtbaar tevreden over de IJzerwake van dit jaar en deden zich bij de talloze kraampjes tegoed aan de handelswaren, drank en eten.