Vlamingen en Afrikaners: gelijkenissen en verschillen, van 1302 tot de Slag bij Majuba (1881)

Onze redacteur Hector van Oevelen is een groot Zuid-Afrika-expert.  Binnenkort trekt hij alweer enkele weken daarheen, en zal ons actuele berichten sturen.  Intussen bereidt hij zich voor met deze tekst: de gelijkenissen tussen Vlamingen en Afrikaners.

Op 30 januari 2017 had ik de eer en het genoegen in Pretoria onder die titel een Afrikaanstalige lezing te mogen geven voor “Die Genootskap vir Eientydse Geskiedenis”. Omdat ik daarvoor met enige nadruk was uitgenodigd door de in de Vlaamse Beweging niet onbekende Henk van de Graaf, die in Warmbad ook enkele dagen mijn gulle gastheer was geweest, kon ik in geweten dat verzoek onmogelijk naast me neerleggen en heb ik de Afrikaner broeders en zusters een uur lang over dat niet zo makkelijke onderwerp onderhouden. Voorzitter en jarenlange vriend Henk had maar twintig minuten spreektijd voorzien, maar zelfs een uur volstond op verre na niet om de aandachtige toehoorders min of meer wegwijs te maken in de deels gelijkende, deels verschillende aspecten in de geschiedenis van onze twee kleine broedervolken.

Bij de gelijkenissen heb ik verwezen naar de niet te miskennen verdeeldheid, die soms zelfs neigt naar vijandigheid, in de gelederen van activisten die allemaal beweren, hand op het hart, dag en nacht begaan te zijn met de ontvoogding van het volk waaruit zij gesproten zijn. Nog een treffende gelijkenis: zowel de Vlamingen als de Afrikaners hebben in hun geschiedenis slechts één oorlog gewonnen. Tot verbazing van de rest van de wereld, hebben beide kleine volkeren dat historische wapenfeit tot een goed einde weten te brengen tegen het machtigste leger van hun tijd. Niet te miskennen verschil: de Vlamingen hebben dat voor mekaar gekregen op 11 juli 1302 tegen de Fransen, de Afrikaners hinkten historisch 579 jaar achterop, want hùn eerste en enige oorlog zouden zij pas winnen op 27 februari 1881 tegen het Britse leger van kween Victoria o.l.v. generaal Colley. Het machtigste leger van die tijd werd op zondag 27 februari door die militair ondermaats geachte Boeren van Paul Kruger, voor het oog van heel de toenmalige wereld, verslagen op de top van de Amajoebaberg en tot op onze dagen wordt die overwinning in Zuid-Afrika nog steeds massaal gevierd elk laatste weekeind van februari.

De geschiedenis van de Franse vernedering bij de Kortrijkse Groeninghebeek acht ik bij de lezers van RechtsActueel voldoende gekend, maar over de verbazende ontknoping van de Eerste Vryheidsoorlog op het Zuid-Afrikaanse drielandenpunt tussen Transvaal, Oranje-Vrystaat en Natal, wil ik graag wat meer vertellen. Al heb ik nog niet het voorrecht gehad die driedaagse  herdenking van die oorlog te mogen meebeleven, eind vorige eeuw heb ik, samen met een aantal nog voldoende fitte reisgezellen, die Majoebaberg tot op de top te beklimmen. Al is Amajoeba eigenlijk “maar” een heuvel, een “koppie”, die beklimming is niet bepaald een makkelijke klus. Vooral het eerste deel, het steilste, valt niet te onderschatten, zeker niet voor ongeoefende plattelandsbewoners die niet zo piep meer zijn. Wel konden wij toen bergop in het spoor van een vrouwelijke gids die, hoewel toch ook al 60+, gezwind als een hinde naar de top huppelde, terwijl zij honderduit, alsof zij er in 1881 zelf was bij geweest, tot in al zijn bijzonderheden het verloop van die strategisch goed geplande zege van “die klein Boerevolkie” op de Britse reus, uit de nevelen van de geschiedenis deed herrijzen. En hoe!

De Slag bij Amajoeba staat in de geschiedenis geboekstaafd als een van de zwaarste nederlagen die de machtige natie die eens van zichzelf placht te zingen dat zij moest rule the waves (heersen over de zeeën), te verduren heeft gekregen. De gelijkenis met onze eigen militaire guldensporenzege in 1302 zal de lezer allicht niet ontgaan, al gapen er meer dan vijf eeuwen tussen beide strategische voltreffers. Pikant detail: Amajoeba betekent in Bantoetaal: Plek van veel duiven (ama=veel en joeba=duiven). Veel zinnebeelden van vrede?…

Bobbejaan klim die berg

Wie van ons heeft het niet uit volle borst meegekweeld “om die rooinek te vererg”? Die zondagochtend van 27 februari 1881 trok mevrouw haar man, bevelvoerder van het Transvaalse burgerleger, aan zijn mouw met de wat paniekerige mededeling: “Die Britte is op die berg!” Dat was het eerste wat zij gezien had toen zij uit de kerk was gekomen. Dat had zij goed gezien, want de mannen van generaal Colley hadden die nacht de Majoebaberg veroverd. Er moeten makkelijker opdrachten denkbaar geweest zijn voor jonge mannen van “oorsee” die, met pak en zak beladen, na een lange mars van Natal naar Transvaal, de berg op gejaagd werden langs zijn moeilijkste flank, de steile westelijke achterkant. Beslist geen doetje, die generaal-majoor Sir Pomeroy Colley die tegelijk opperbevelhebber van de Britse troepen in Zuid-Afrika, gouverneur van de provincie Natal én Hoge Commissaris van de Britse kolonies in Zuidelijk Afrika was.

Het bezetten van de Majoebaberg was voor de bevelvoerder strategisch heel belangrijk, omdat hij van op de top aan alle kanten een klare kijk had op de vlaktes van Transvaal, Oranje-Vrystaat en Natal. Vandaar zijn bevel aan de 405 uitgeputte soldaten die eindelijk boven waren geraakt, dat zij de veroverde stelling minstens drie dagen moesten blijven bezetten. Terwijl zijn troepen zich strategisch over de berg verspreidden, besloot hijzelf in het midden van de kruin wat verloren slaap in te halen. Zelfverzekerd als hij was, zal het waarschijnlijk niet in zijn knappe kop zijn opgekomen dat, na de ontdekking van mevrouw Joubert, zijn rust wel eens van korte duur zou kunnen zijn. Uiteraard had hij ook geen weet van commandant-generaal Jouberts niet mis te verstaan bevel: “Haal die rooinekke van die berg af!” Hoe de Boeren die zondagse klus geklaard hebben, herinner ik mij nog levendig uit de patriottisch onderbouwde en fors aangedikte “wedersamenstelling” van gids Anna die – toeval of toch niet? – op dezelfde familienaam mocht bogen als de door haar bewonderde kommandant-generaal.

Dank zij haar aanstekelijk geestdriftige feitenrelaas voelden wij ons haast lijfelijk betrokken bij de heldhaftige onderneming van generaal Nikolaas Smit, die met de spontaan aangetreden vrijwilligers drie secties had gevormd o.l.v. commandant Joachim Ferreira en de assistenten-veldkornet Fanus Roos en Danie Malan. Onder de klimmers bevond zich ook de jonge Christiaan De Wet, die na de slag tot veldkornet bevorderd werd, maar vooral naam zou maken in de Tweede Vryheidsoorlog (1899-1902) als de roemruchte “uitvinder van de guerilla”. De bevelen waren even strikt als duidelijk: geen woord spreken tijdens de klim en de mannen van boven de vijftig moesten zich achter de rotsen van het eerste platform verdekt opstellen en schieten op elke Engelsman die het zou wagen zijn “rooikop” over de bovenste rand uit te steken. Die stille strategie moest de rest van de Boeren in staat stellen om onder vuurdekking te vorderen tot vlak onder de kruin, die ze tegen het middaguur, na een sprakeloze klim van zes uur, ongezien van daarboven, wisten te bereiken.

Tegen kwart voor een achtten de Boereleiders, die zélfs in de Engelse pers van die dagen geprezen werden om hun groot strategisch talent, het ogenblik rijp om aan de operatie zuivering te beginnen. Op hun teken bestormden hun mannen met hevig geweervuur “Gordon se koppie”, een van de drie heuvels op de Majoebatop. De Britten waren – hoe zou je zelf geweest zijn?… – totaal verrast en zo verward dat zij geen schijn van weerwerk wisten te bieden en Gordons koppie in handen moesten laten van de Boeren, die zij spottend wel eens bavianen durfden te noemen. Bobbejaan, klim die berg, zoals wij allemaal wel eens meegezongen hebben, nietwaar?

De Boeren, geoefend en bedreven in de jacht, waren geduchte scherpschutters en hun trefzekerheid kostte het “onoverwinnelijke Albion” die zondag grote verliezen. Het werd er niet beter op toen generaal Colley door een van die scherpschutters vlak boven zijn rechteroog dodelijk getroffen werd. Tijdens mijn jongste bezoek, begin januari 2017, wist mijn toffe kameraad Dawid Grobbelaar, oud-kolonel van de Weermacht, mij te vertellen dat Colley niet enkel in zijn oog, maar ook in zijn militaire trots gekwetst was en daarom aan een van de overwinnaars zou gevraagd hebben hem het genadeschot te geven. De revolver waarmee dat verzoek zou ingewilligd zijn door de aangesproken Transvaler, zou vandaag nog familiebezit zijn van zijn nageslacht, maar over de echtheid van Dawids verhaal durf ik mijn hand niet in het vuur te steken. Historisch staat wel vast dat generaal Colley kort na de berstorming de geest heeft gegeven. Hij is ter plekke begraven en wat er van zijn regimenten nog overbleef, is in paniek over de achterste kruin gesprongen, waarbij zij gekwetst (134), gedood (92) of gevangen (59) werden.

De Eerste Vryheidsoorlog was voorbij, wat op 21 maart 1881 leidde tot een vredesverdrag tussen Boer en Brit. Helaas zou de vrede maar van korte duur zijn, want  zoals het Franse leger in de middeleeuwen, kwam 600 jaar later ook het vernederde Engelse leger terug. Tot in het paleis van kween Victoria toe, was in Albion de strijdkreet “Remember Majuba!” (Gedenk Majoeba!) immers nooit van de lucht geweest en van 1899 tot 1902 zou aan de zuidpunt van Afrika een ander soort oorlog worden gevoerd, waar wij later nog van zouden horen: een oorlog van verschroeide aarde, concentratiekampen, volkenmoord…

HVO