Polariserend en schaamteloos wij/zij

Werkloosheidsuitkering beperken in de tijd? N-VA voert oppositie tegen… zichzelf

Zuhal_Demir turksNa de rel rond de aanwezigheid van para’s in het Antwerpse straatbeeld tussen N-VA enerzijds en de CD&V anderzijds, was er deze week al een nieuw relletje in de maak. Dit keer gaat het over de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Dit N-VA-voorstel is niet nieuw. Dit was één van de strijdpunten uit het N-VA-model waar de partij het PS-model bekampte voor de verkiezingen van mei 2014. Nu, dit voorstel haalde het dus niet bij de regeringsvorming, want CD&V ging hier op de rem staan. 

We zijn nu een viertal maanden verder en nu plots duikt deze discussie via het Antwerpse N-VA-kamerlid Zuhal Demir terug op. De vraag is nu waarom de N-VA dit weer naar voor schuift, nu ze toch weet dat dit er niet door zal geraken. Er wordt meermaals vanuit de ‘linkse’ oppositie verweten dat deze regering een door de N-VA (en dan vooral door De Wever) gestuurde regering zou zijn. Dit beeld klopt niet helemaal, want de N-VA heeft voor de deelname aan de regering(en) het communautaire al ingeslikt en ook al wel wat prijsgegeven op de sociaaleconomische standpunten. Nochtans bestaat deze regering uit drie liberale partijen en dus zouden die liberale accenten nog harder kunnen wegen. Meermaals is er door enkele professoren al aangegeven dat het beleid van deze regering in niet veel verschilt van het beleid van de regering Di Rupo. Met andere woorden verschilt het PS-model nog niet al te veel van het N-VA-model. Of is dit wat we nu krijgen niet het N-VA-model?

N-VA wil de kracht van de verandering zijn, maar dan moet er natuurlijk ook voldoende verandering inzitten. Geen communautair akkoord en een vakbondspartij die op cruciale N-VA-liberale standpunten in de weg gaat staan. De kartelpartner van voorheen, is nu de kiezel in de schoen van De Wever en co. Nu, door dit beleid kan de N-VA niet het wezenlijk verschil maken met het vorige beleid en dus moet de N-VA zoeken naar een andere manier om zichzelf in de belangstelling te werken. Met oppositie te voeren kan men makkelijker de eigen standpunten in de verf zetten, maar in een regering kan men ook verdrinken in het regeringsbeleid.  Bij de N-VA is men kampioen in de spreidstand. Men is voor Vlaamse onafhankelijkheid, maar nu nog niet; men is er tegen politici in spelprogramma’s, maar als ze zelf kunnen deelnemen, zullen ze het ook niet laten; ze willen een strenger immigratiebeleid, maar Theo Francken pleit dan weer voor een opengrenzenbeleid voor diegenen die hier zouden bijdragen aan het systeem (alsof er geen culturele, ecologische, economische en andere motieven zijn om immigratie te beperken); en wil taalvereisten opleggen voor huurders van sociale woningen, maar uiteindelijk moeten die potentiële huurders enkel de woorden alarm en brand kennen…. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. In de federale regering is het net zo. Ze willen een loyale regeringspartij zijn, maar toch ergens oppositie voeren om de partij in de verf te zetten en telkens komen ze met die dubbelzinnige houding dan nog weg ook.

Hetzelfde geldt nu met die uitkeringen te beperken in de tijd. Zuhal Demir krijgt hier wel wat negatieve reactie op, maar een groot deel van de liberale achterban staat achter dit standpunt. En dus is het opzet geslaagd. Men weet bij de N-VA dat dit voorstel geen schijn van kans maakt, maar door een soort van oppositie te voeren tegen het eigen regeerakkoord kan men z’n tanden nog eens laten zien.

 

Getagd als: ,

%d bloggers liken dit: