fors polariserend

Gerecht over immigratie-invasie: ‘Naar het einde van de democratie’ (Liégeois – Van Den Bon)

Er werden bij de start van het gerechtelijk jaar weer her en der wat wereldvreemde zaken verteld; het best was wel die Waal die vreesde dat Vlaanderen slagbomen op het Albertkanaal zou zetten en zo België in een oorlog zou storten…  Maar in Antwerpen werd geschiedenis geschreven: de rede van procureur-generaal Liègeois en advocaat-generaal Van Den Bon is zonder meer de beste van de voorbije decennia.  Er wordt gehakt gemaakt van de Belgische immigratie-invasie die we meemaken en van de politiek-correcte dictatuur die ervoor zorgt dat ze blijft doorgaan tegen de wens van de burgers in, en er wordt ook gezegd waar we op afstevenen: het einde van de democratie.

Met concreet gedocumenteerde voorbeelden wordt door deze magistraten overlopen hoe die invasie onze rechtsstaat momenteel overspoelt:  het failliet van bonafide Vlaamse transportfirma’s door de oneerlijke concurrentie vanuit Oost-Europa, de uitkeringscultuur waarbij ons land wordt leeggezogen via OCMW-steun en werkloosheid waarvoor dan bij de brave burger wordt aangeklopt om dat met nieuwe belastingen te betalen, het gebruik van OCMW-steun voor de financiering van terrorisme, de medeplichtigheid van linkse advocaten en rechters bij het eisen en opleggen van enorme dwangsommen aan de staat die voor nog meer immigratie zorgen… 

Nooit eerder werd vanuit het gerecht zo helder de vinger op de gapende wonde gelegd.  En de conclusie van Liégeois en Van Den Bon is staalhard: dit leidt naar het ‘einde van de democratie’.  Met de beelden van brandend Londen vers in het geheugen weten we helaas wat daarmee bedoeld wordt.  De magistraten doen daar denken aan de beroemde profetische ‘rivers of blood’-speech van Enoch Powell in Groot-Brittannië: Liégeois en Van Den Bon wensen uiteraard geen einde van de democratie, wel integendeel, maar als de immigratie-invasie met zijn wetteloosheid op deze schaal doorgaat is dat, zo zeggen zij terecht, onafwendbaar.  

Op Radio 1 nam Van Den Bon geen woord terug: de huidige situatie ‘destabiliseert onze rechtsstaat’, zo klonk het.  (http://www.deredactie.be/cm/1.1101313?view=popupPlayer)

De volledige tekst van de schitterende toespraak staat hieronder.

Mercuriale van de heer Yves Liégeois, Procureur-generaal bij het Arbeidshof
te Antwerpen, 1 september 2011.

Met bijzondere dank aan Advocaat-generaal P. Van Den Bon

Dames en heren,

Vorig jaar begon ik mijn rede voor het Hof van beroep met de treurige vaststelling
dat de laatste jaren erg – zeg té veel – op elkaar gelijken. Het portret van het
Belgisch politiek landschap vergeleek ik met dat van Dorian Gray, alle dagen
lelijker.
Toen, en ik herneem het refrein, gaf ons land een zorgwekkend beeld van een op
drift geslagen democratie. Een rechtsstaat in een wurggreep van politiek
immobilisme met toen als reclamespotje het hallucinant plaatje van onze wegen en
het vullen van de putten in het wegdek van de E 313 met een “kruiwagen”. Dit jaar
zullen we dit minder merken want na het afzagen van lichtpalen die ook al versleten
en gevaarlijk waren gaat het licht uit. De vraag is of er dan nog wel licht brandde en
of het niet de hoogste tijd is om een kaars aan te steken, waarmee ik uiteraard niet
verwijs naar een kerkelijke sfeer waar het geloof soelaas kan brengen wanneer de
rede het niet meer ziet zitten.
Verleden jaar verwittigde ik reeds voor het verglijden van pluralisme naar
radicalisme, en zelfs anarchie die door sommigen hier openlijk gepredikt wordt. Een
groeiend gevoel van straffeloosheid door ondermeer een falende strafuitvoering
wegens een schrijnend tekort aan infrastructuur, de niet-betaling van de geldboeten
als gevolg van een duidelijk gemis aan enig doortastend drukmiddel, de
aanhoudende klaagzang van slecht betaalde gerechtsdeskundigen, minderjarigen
die niet meer geplaatst kunnen worden zelfs al worden zij verdacht van zeer
ernstige criminele feiten. Is die schilderij van een maatschappij die regelrecht
afstevent op een leegte van het gezag ondertussen bijgewerkt, heeft de schilder
met wat pennentrekken het gelaat van onze Dorian Gray als een gediplomeerde
esthetische chirurg bijgewerkt, of is er geen verbetering te bespeuren onder het
gebruikte carnavalmasker?
Laat mij beginnen met nog even te verwijzen naar een onderwerp dat voor mij in
een democratische rechtsstaat ontzettend belangrijk is, namelijk de evaluatie van
de wetten. Dit jaar zal ik voor de vijfde maal het rapport wetsevaluatie finaliseren in
opdracht van het College van procureurs-generaal, een werk waar ik mij sedert
2007 persoonlijk voor inzet en waarvan de organisatie bij omzendbrief uitgewerkt
werd. Belangrijk is dat de wetgever zelf ongemeen scherp was voor zijn eigen werk,
wat ten overvloede blijkt uit de parlementaire werkzaamheden van de wet van 25
april 2007.
E.D.E. op komst?
2
Stel u gerust ik ga daar niet uitgebreid uit citeren om u zodoende op vrij
gemakkelijke manier met de scherpste kritiek te onderhouden. Maar enkele
bemerkingen zijn nodig alvorens we aan het eigenlijk onderwerp van vandaag
kunnen beginnen.
Vanaf het eerste rapport stelde het College van procureurs-generaal dat ze het
parlementair comité wetsevaluatie zouden willen ontmoeten omdat bepaalde
algemene onderwerpen nu éénmaal het indienen van een geschreven rapport ver
overstijgen. Het gesprek had zeker kunnen gaan over de ontzaglijke omvang van
het Belgisch Staatsblad – nu al meer dan 80.000 pagina’s op één jaar – en de wijze
waarop wetten en besluiten als het ware gespoten worden over het werkveld,
meestal zonder enige studie over de impact ervan op gebied van budget en
middelen, en had interessant kunnen zijn.
Nu er lange tijd geen regering is hoor ik wel dat parlementairen nu echt zinnens zijn
wetten te evalueren. Dat is goed nieuws, maar neemt niet weg dat tot vandaag het
parlementair comité voor ons een spookverschijnsel is gebleven. En dat is erg
spijtig want het verplicht mij de buitengewoon erge evoluties die ik aan de kaak
moet stellen, uit hoofde van mijn verantwoordelijkheid voor het algemeen belang en
de werking van de pijler van de democratie die Justitie is, via andere kanalen te
uiten. Daar gaan we dan weer!
Deze rede zal slechts gaan over één enkel aspect van het als een kanker groeiend
gevaar voor ongebreidelde en niet meer te stuiten onbeheersbaarheid waarin deze
democratie gezogen wordt en dat het gevolg is van politiek ondoordacht handelen
en dus van wanbeleid vertaald in wetteksten. Kunnen de verantwoordelijke politieke
partijen toelaten dat we gewoon verder afstevenen op een E.D.E., nieuwe term die
ik vandaag lanceer, namelijk een “end of democracy event”, of kunnen we straks
toch zeggen “change? Yes we can!”.
3
Alvorens het woord te geven aan advocaat-generaal Piet Van Den Bon die ik
bedank voor zijn bijdrage wil ik toch nog even senator Hugo VANDENBERGHE
citeren. Hij onderstreepte terecht dat het recht veel te complex en te
onoverzichtelijk wordt, dat de gebruikte terminologie onhelder is en geen duidelijk
afgelijnd toepassingsgebied van de wetten garandeert, en dat de verschillende
wetten zich kenmerken door een gebrek aan onderlinge samenhang1. De
rechtscultuur in een beschaving heeft tot doel een vorm van rechtszekerheid in het
leven te roepen omdat enkel rechtszekerheid een waarborg biedt tegen het
arbitraire optreden, in de eerste plaats van de overheid, in de tweede plaats van
burgers of organisaties tegen andere burgers of organisaties. In de mate dat men
de publieke opinie eenzijdig naar het onmiddellijk profijt richt, is het duidelijk dat het
begrip “algemeen belang”, dat noodzakelijk is voor de maatschappelijke
draagkracht van de rechtsnorm, geërodeerd wordt.2”
Hij stelde dat rechtszekerheid de assepoester is van deze tijd. Ik ken er een
tweede, namelijk Dame Justitie op wiens balans het gewicht komt van al hetgeen
niet meer naar behoren functioneert in onze maatschappij, en die verkleumd met
gescheurde en besmeurde klederen in deze woelige storm evenwicht tracht te
houden.
Ik geef nu het woord aan Piet Van Den Bon die het effect van de
buitenproportionele instroom van buitenlanders op de sociale zekerheid in beeld zal
brengen.
1 Parl. St.; Senaat, zitting 2006-2007; 3-648/4; Verslag van 27 maart 2007 namens de commissie voor de institutionele
aangelegenheden uitgebracht door de heer DELPÉRÉE; p.129-130.
2 Parl. St.; Senaat, zitting 2006-2007; 3-648/4; Verslag van 27 maart 2007 namens de commissie voor de institutionele
aangelegenheden uitgebracht door de heer DELPÉRÉE; p. 142.
4
Dank u, mijnheer de Procureur-generaal,
Dames en heren,
Het fenomeen van de buitenproportionele instroom van buitenlanders naar ons land
die hier aanspraak maken op sociale zekerheid is de voorbije maanden en jaren
een structureel aandachtspunt geworden in de ernstige pers. België is een klein,
heel dichtbevolkt land met een beperkte absorptiecapaciteit. De
onbedachtzaamheid waarmee deze problematiek structureel werd verwaarloosd
heeft geleid tot een enorme verspilling van vervangingsinkomens en sociale
bijstand. Dat veel van deze “gelukzoekers” geen enkele bijdrage leveren aan onze
economie is meer dan een “vervelende bijzaak” geworden.
Nochtans kan de politiek een antropologisch debacle vermijden door het thema in
het juiste perspectief te plaatsen, het debat de juiste dynamiek te geven en een
krachtdadig beleid te voeren. Echter, het pre-electoraal syndroom waaraan onze
democratie reeds te lange tijd lijdt, verlamt het debat.
Enige relativering is zeker op zijn plaats: België is niet het enige Europese land dat
turbulente tijden kent. Met zijn specifieke problemen en atypische mentaliteit is ons
land wellicht het ideale laboratorium om een pioniersrol te vervullen in de stap
voorwaarts.
Een rondvraag bij de arbeidsauditeurs van het rechtsgebied van het hof van beroep
en het arbeidshof te Antwerpen maakt duidelijk dat er, vooral in de grote steden,
een toename is van sociaal- economische destabiliserende praktijken die het
voortbestaan van onze rechtsstaat in gevaar kunnen brengen.
De problemen op het terrein zijn niet langer perifeer te noemen en ontwikkelen zich
in sneltempo. Het destabiliseringsscenario ontvouwt zich met een bijna dwingende
logica.
Deze evolutie is verontrustend, vooral nu de politiek al jaren blijk geeft van een
gebrek aan constructivisme. Zolang de politiek geen heldere signalen geeft dreigt
het publieke debat hierover te verzanden in een poel van angst, zonder rationele
argumenten. We zijn de eersten om te zeggen dat de problemen positief moeten
benaderd worden, met het oog op het menselijk welvaren van iedereen … er is
echter niet eens een aarzelende stap gezet in die richting.
5
Als uitgangspunt voor de analyse vertrekken we van de fundamentele vaststelling
dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen de frauduleuze praktijken en
de legale opportuniteiten die de Belgische wetgeving biedt. Zo is het binnen de
huidige wettelijke context perfect mogelijk voor een vreemde burger om na één dag
werken in België, of, erger nog, tegen betaling voor een fictieve inschrijving,
aanspraak te maken op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen of
werkloosheidsuitkeringen.
Ik maak hierbij de volgende bedenkingen.
Dat België het land van melk en honing is, is dus geen bevestiging van een mythe
maar van een gevaarlijke realiteit die veroorzaakt wordt door de huidige wetgeving.
Het spreekt vanzelf dat deze realiteit als een magneet werkt op buitenlanders die
op zoek zijn naar een beter bestaan. Onze sociale wetgeving is niet aangepast aan
de vaststelling dat de immigratie naar onze welvaartstaat een risico van
uitkeringscultuur inhoudt. De onaangepaste reglementering woekert als vochtig
metaalroest aan onze alom geprezen sociale zekerheid. De obsessie van onze
wetgever is al decennia lang voorwerp van kritiek. Maar eigenlijk is die
hyperactiviteit slechts schijn en is het eerder een uiting van een zelfingenomen
vorm van inertie die ons systeem op termijn structureel laat wegkwijnen.
In een eerste fase werd de Belgische arbeidsmarkt voor de Polen en de Tsjechen
enkel opengesteld voor zelfstandigen en werknemers in knelpuntberoepen. In een
latere fase werden deze bevolkingsgroepen integraal op de arbeidsmarkt
toegelaten. Een gelijkaardige ontwikkeling doet zich voor ten aanzien van Bulgaren
en Roemenen.
Eén en ander heeft uiteraard vooral concurrentievervalsende implicaties voor de
Belgische ongeschoolde arbeidskrachten die “wegens gebrek aan werk”
werkloosheidsuitkeringen aanvragen of naar het OCMW stappen.
In de bouwsector doen aannemers steeds meer beroep op buitenlandse
onderaannemers die hun landgenoten in België “importeren” en hen Belgische
minimumlonen betalen die nog altijd veel attractiever zijn dan wat die arbeiders uit
het Oostblok in eigen land zouden verdienen. Bovendien liggen de sociale
bijdragen die de buitenlandse onderaannemer moet betalen voor zijn landgenoten
indrukwekkend lager dan deze die de Belgische ondernemer moet betalen voor
arbeiders met de Belgische nationaliteit. De arbeiders komen echter niet alleen uit
het Oostblok. Vaak komen ze ook uit andere continenten en worden ze via
“exotische” filières en met valse documenten gerecruteerd door criminele
organisaties die opereren vanuit een Schengenland (Staatssecretaris Carl Devlies,
fraudebestrijding, 2009).
6
Een gelijkaardig verschijnsel doet zich voor in de vervoersector. De grote Belgische
vervoerondernemingen richten in het Oostblok kleine (postbus)firma’ s op die ze in
onderaanneming laten werken met buitenlandse chauffeurs die betaald worden met
buitenlandse lonen en waarvoor slechts een fractie van de in ons land wettelijke
verschuldigde sociale bijdragen worden betaald. Vooral in Bratislava vindt men veel
van dergelijke “nepfirma’s” die het mogelijk maken voor Belgische
vervoerondernemingen om hun Belgische chauffeurs te vervangen door Slowaakse
chauffeurs die werken aan een brutosalaris van nog geen 500 euro per maand.
Een sprekend voorbeeld van een Belgisch vervoerbedrijf dat niet wilde ingaan op
het aanlokkelijk aanbod uit Oost-Europa is het uit de actualiteit gegrepen verhaal
van de firma Transport Jonckheere uit Jabbeke die enkele maanden geleden failliet
werd verklaard waardoor meer dan 60 chauffeurs op straat kwamen te staan.
Eigenlijk is het integere bedrijf uit Jabbeke het slachtoffer van de snelle graaicultuur
van collega’ s die zich eerder laten inspireren door irrationele hebzucht dan door
economische basiscriteria.
De zware incidenten die zich de voorbije maanden voordeden op de parkings langs
de snelwegen (brandstichting), het capaciteitstekort op de stopplaatsen, het
gesjoemel met de rij- en rusttijden en de toegenomen onveiligheid op de Belgische
wegen zijn hiervan de onaangename neveneffecten.
Deze evolutie is werkelijk rampzalig voor de kleinere transportfirma’ s in België en
leidt de laatste maanden tot een boost van faillissementen.
De oncontroleerbare migratie brengt ons bij het begrip van de ondergrondse
economie die onmeetbaar veel schade kan toebrengen aan onze verzorgingsstaat
door het omzeilen en ontduiken van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen,
het niet naleven van loon- en arbeidsvoorwaarden, het verwaarlozen van de
gezondheid, de veiligheid en het welzijn op de werkvloer, de illegale productie van
goederen en diensten, enz. Het gaat om zwartwerk, sociale fraude of erger nog:
uitbuiting door aantasting van de menselijke waardigheid. De link met
mensenhandel en mensensmokkel is niet veraf.
Het ontbreken van een selectief systeem om de economische migratie binnen de
perken te houden door het voeren van een efficiënt beleid en een drastische
aanpak van de gezinshereniging heeft de laatste jaren geleid tot het isoleren van
grote groepen migrantenpopulaties in het maatschappelijk randgebied van
sommige steden waarin het genot van uitkeringen tot een cultuurverschijnsel is
verheven. Het beeld dat die situatie oproept is stereotiep, maar spijtig genoeg vaak
de harde realiteit: verkrotte huizen, onveilige omgeving, werkloosheid, ontbreken
van integratie of desintegratie enz.
7
De recente bescheiden wetgevende initiatieven rond de afschaffing van de snel-
Belgwet en de verstrenging van de gezinshereniging zijn wellicht een positief
signaal, maar het is een illusie te veronderstellen dat de implementatie ervan, als
ze er ooit komt, een hocus-pocus effect zal hebben op de ontoereikende wetgeving
uit het verleden die decennia lang de problematiek heeft verwaarloosd. Hetzelfde
geldt voor het initiatief van de regering van lopende zaken om een efficiënter
terugkeerbeleid te voeren. Het is verheugend om vast te stellen dat er iets wordt
ondernomen, maar de initiatieven getuigen van “disorder” en zijn maatregelen in
verspreide slagorde. Ze kunnen als signaal een angstverdrijvende uitwerking
hebben op de ongeruste burger, wat positief is, maar de uitwerking op het terrein
zal minimaal zijn, laat staan dat ze enig herstellend effect zullen hebben op de
schade die nu al is toegebracht aan het sociale weefsel.
Uit informatie van de Cel voor Financiële Informatieverwerking blijkt dat het geld
van verdachte transacties die verband houden met de financiering van het
terrorisme niet alleen afkomstig zijn van illegale activiteiten maar ook van sociale
uitkeringen die doorgesluisd worden naar organisaties die het terrorisme
ondersteunen. Dat OCMW-uitkeringen dienen om terroristische praktijken te
financieren is toch wel een ranzig fenomeen. Echt iets dat vreet aan de
fundamenten van een rechtsstaat, en dan nog horen we dat sommige OCMW’s, bij
gebrek aan geld, nieuwe fondsen moeten vinden die de rechtgeaarde
belastingplichtige burger van dit land uiteindelijk zal moeten betalen!
De constructies die ons economisch en sociaal weefsel ondergraven worden
alsmaar vernuftiger. In Gent wordt men stilaan wanhopig van de Turks-Bulgaarse
carrousels waarbij onder dekking van vennootschapsstructuren mensenhandel en
koppelbazerij welig tieren in de bouw, de tuinbouw, de horeca, het transport, de
schoonmaak enz. Het frauduleus netwerk heeft tentakels in de andere Vlaamse
provincies. De arbeidsauditeur te Gent is goed geplaatst wanneer hij zegt dat de
Turkse fraudeurs, met medewerking van Gentse accountants, handig gebruik
maken van slapende vennootschappen om de staatskas lichter te maken en
Bulgaarse “knelpuntberoepers” te laten arbeiden tegen schandalig lage lonen of als
zelfstandige in te schakelen, wat de koppelbazen “carte blanche” geeft om hun
gangen te gaan. De Bulgaren blijven met bussen toekomen en het speelt in de
kaart van de fraudeurs dat de Bulgaarse gelukzoekers zichzelf niet steeds zien in
de rol van het slachtoffer omdat ze, ondanks de lage lonen, vaak nog een veelvoud
verdienen van wat ze in hun thuisland zouden krijgen. De arbeidsauditeur van Gent
zegt dat de pakkans erg klein is omdat het door het gebruik van het
vennootschapsconcept een piece of cake is om de controle te verschalken.
8
Op internet bestaat zelfs een heuse handel in “lege” vennootschappen.
Vennootschappen vormen de ideale dekmantel om georganiseerde misdaad,
inzonderheid sociale fraude tijdelijk af te schermen. Als de duistere praktijken aan
het licht komen is de vennootschap al lang opgedoekt. Frappant detail: het aan –
en verkopen van lege vennootschappen is perfect legaal. Er is echter weinig
boekhoudkundig vernuft voor nodig om in die context een tijdlang
daglichtschuwende criminele activiteiten te ontwikkelen zonder dat iemand iets
merkt. Dames en heren, misschien denkt u dat onze fiscus goed gewapend is om
het fenomeen te bestrijden. Ik moet u teleurstellen, de fiscus schiet enkel met een
waterpistool. In België is de fiscale controle van de vennootschappen
verwaarloosbaar klein.
Omdat de regering in lopende zaken is kan de strijd tegen de schijnzelfstandigheid
niet operationeel opgevoerd worden. De verschillende inspectiediensten werken
vaak in verspreide slagorde en de nieuw opgerichte commissies en
ondersteuningscellen blijven voorlopig onbemand omdat de regering nog steeds
ontslagnemend is en de benoemingen uitblijven.
Sedert het begin van de jaren ’70 is er een migratiestop van kracht. Daar staat
echter tegenover dat er jaarlijks tienduizenden mensen naar ons land blijven
komen, via de asielpoort, die onder de banier van de Conventie van Genève een
vrijbrief verschaft om hier onderdak te krijgen. Het asiel dat een terechte
uitzondering is op het immigratieverbod is echter ook vaak een voorwendsel om
hier binnen te geraken voor zij die niet op de vlucht zijn voor het regime van hun
land… De andere grote groep arriveert in België, binnen de context van het
Europese vrij verkeer, legaal of illegaal. En niet te onderschatten zijn zij die, via de
gezinshereniging, het immigratieverbod “omzeilen”.
Het is zonder meer duidelijk dat er dringend moet nagedacht worden over de vraag
hoelang België de massale instroom economisch en sociaal nog aankan. Vooral de
jarenlange schandalige stilstand van het migratie- en asielbeleid baart grote zorgen.
Hoeft het nog gezegd dat het met de lakse regeling in ons land in verband met de
gezinshereniging een akkevietje is voor een persoon met geldige
verblijfsdocumenten om zijn familie te doen overkomen? De gezinshereniging werkt
trouwens als een lawine aangezien de overgekomen familieleden op hun beurt
weer andere familieleden kunnen overbrengen enz. De realiteit is dat het vaak om
mensen gaat (vaak ouderen) die zich totaal niet interesseren voor de cultuur van
het gastland. Ze spreken de taal niet, leven in totaal isolement maar maken wel
aanspraak op de sociale voorzieningen.
9
Ondertussen is iedereen vertrouwd met de beelden van asielzoekers en
economische vluchtelingen die de armoede in eigen land achterlaten om
vervolgens in ons land een armoedig bestaan uit te bouwen in de diaspora van
onze steden. Deze kankerplekken worden door de pers vrijmoedig in beeld
gebracht bij de eerste koude golf: groepjes haveloze, verkleumde mensen die het
slachtoffer zijn van een inconsequent beleid.
In een nauwelijks nog te vatten, maar terechte sfeer van verontwaardiging bij de
rechtgeaarde burger werd in de loop van de maand november 2010 door een
rechtbank een recorddwangsom toegekend van meer dan 30.000 euro aan een
asielzoeker die niet werd opgevangen. En toch zijn er 7 excellenties bevoegd voor
één of ander onderdeeltje van het asiel- en migratiebeleid. Of knelt hier juist het
schoentje?
Een fatsoenlijke samenleving is zo georganiseerd dat de veiligheid en de vrijheid
van de burgers gewaarborgd is en dat mensen niet worden uitgesloten of
vernederd (Montesquieu, De l’ Esprit des Lois). Feit is dat de veiligheid en de
vrijheid van de burgers niet meer afdoende beschermd is en dat het menselijk
wrakhout dat via asiel en migratiewegen aanspoelt vaak in vernederende (lees:
mensonwaardige) omstandigheden terecht komt. Het nationale recht is niet meer
aangepast aan de bestaande migratiefenomenen. Het juridisch vacuüm waarin
vluchtelingen terechtkomen en waarbij hun aanwezigheid, zonder wettelijke
verblijfstatus, voor onbepaalde tijd wordt gedoogd leidt tot humanitaire rampen of
tot het vormen van subculturen buiten de bestaande rechtsorde. Er is dringend
nood aan krachtdadig politiek optreden tegen de massale instroom en aan
menswaardige opvang.
Enkele halfvolle vliegtuigen met mensen met Balkanroots kunnen een imposant
nieuwsbeeld opleveren, maar zijn de facto niet meer dan wat politiek oprollen van
spierballen, een druppel op een hete plaat, zeg maar. De al te lange afwezigheid
van een regering heeft weliswaar als gevolg dat er hier en daar wel wat ideetjes uit
de kast vallen, zonder dat er echter een scherp debat aan voorafgegaan is. Tot veel
meer dan wat fragmentarische wetgeving heeft dat tot nu toe niet geleid, terwijl
deze materie er net om vraagt om in een methodisch geordend geheel te worden
gegoten: één tekst die overzichtelijk, samenhangend en toegankelijk is. Het is een
open deur instampen te zeggen dat het asieldebat in al die jaren te sterk
gepolitiseerd is geworden … lees de partijprogramma’ s maar! Peter De Roo, die
sinds maart 2010 afgevaardigde is voor de opvangplaatsen van asielzoekers deed
het voorstel van de oprichting van een denktank die los staat van de partijpolitiek en
een totaalvisie kan ontwikkelen.
10
Ook de balie heeft haar verantwoordelijkheid. Elke advocaat die met dit soort zaken
te maken heeft zou zich moeten afvragen of hij of zij zich niet medeplichtig maakt
aan het asieltoerisme door voor elke cliënt die zich voordoet als “politiek
vluchteling” een procedure op te starten. Moet eraan herinnerd worden dat elke
advocaat een eed heeft afgelegd bij het toetreden tot dat edel beroep? Bovendien
getuigt het opleggen van belachelijk hoge dwangsommen door sommige rechters
van misplaatste intellectuele bravoure die alleen maar aanzet tot snelle
graaicultuur, gebaseerd op hebzucht. Is dit het beleid van de rechter, meegezogen
op het wrakhout van de eigen glorie?
De immigratiegolf als zodanig is geen oncontroleerbaar fenomeen … en hoeft dat
ook niet te worden … wat op de duur wel oncontroleerbaar wordt is de angst die
ontstaat bij vele burgers omdat er nauwelijks iets aan het fenomeen wordt gedaan
en sommige politieke partijen van de impasse handig gebruik maken om
doembeelden te exploiteren die in onze hedendaagse samenleving de angst stilaan
institutionaliseren. De bevolking verwacht van een regering, zeker ten tijde van
crisissen, dat ze besluitvaardig is.
Het is dan ook ontstellend om vast te stellen dat sommige politici een krachtdadig
en consequent optreden in deze problematiek en alle uitwassen die ermee gepaard
gaan, als politiek incorrect beschouwen terwijl een op het eerste zicht ontspannend
surftochtje van elke onschuldige gebruiker op internet weinig geruststellende
informatie oplevert zoals griezelig ongure en racistische boodschappen.
En zo kunnen we ons nog in de rand wat vragen stellen. Waarom is in een
samenleving die tot nader order bepaalde basiswaarden hoog in het vaandel draagt
de tolerantie voor haatdragende boodschappen op het ene forum veel groter dan
op het andere?
Leidt teveel tolerantie ook niet naar onomkeerbare intolerantie? Het Belgisch
surrealisme is een boeiende kunststrekking en wekt tot op zekere hoogte in het
buitenland sympathie op, maar als inspiratiebron voor de politiek in ons land heeft
het nu wel de grenzen van het aanvaardbare bereikt. Ligt daar andermaal geen
opdracht voor het Openbaar Ministerie bij het indrukwekkend langdurig stilzwijgen
van de politieke verantwoordelijken?
De multiculturele samenleving is een bron van rijkdom … de ware weg naar de
toekomst van de mens. De ontginning van die rijkdom is een aangelegenheid waar
de politiek dringend werk moet van maken aangezien het fenomeen een heel ander
beleid vraagt.
Mijnheer de Procureur-generaal, ik geef u graag terug het woord.
11
Dames en heren,
De opeenvolging van politieke impasses en crisissen duurt nu reeds jarenlang en
dit onderdompelt de reële en noodzakelijke afweging tussen fundamentele rechten
en principes in het troebel water van partij of programmacompromissen die de
focus op de vraag naar de werking van de democratie ondraaglijk scherp maakt.
Zelfs het mank lopend Europa is geen excuus meer nu duidelijk is dat andere
landen wel degelijk beleid kunnen voeren en maatregelen nemen!
De taal van het Openbaar Ministerie is geen taal van partijpolitiek, ze is noch links
noch rechts gekleurd; ze geeft enkel uiting aan de ernstige bezorgdheid die elke
rechtgeaarde burger bezielt; ze geeft enkel uiting aan de roep naar het nemen van
verantwoordelijkheden aan zij die om die reden werden verkozen. Denk er aan dat
de rellen die deze stad hebben verstoord tijdens de voorbije dagen slechts kleine
symptomen zijn van een veel dieper liggend maatschappelijk ziektebeeld!
De wetgever heeft een opdracht gegeven aan het Openbaar Ministerie om verslag
uit te brengen over wetten die voor de hoven en de rechtbanken moeilijkheden bij
de toepassing of de interpretatie ervan hebben opgeleverd. De wetgever
preciseerde deze opdracht. De moeilijkheden kunnen betrekking hebben op de
vorm en de interne logica van de wetteksten, de complexiteit ervan, de leemten
erin, eventuele onsamenhangendheden of fouten, gedateerdheid of
tegenstrijdigheden. Ze kunnen ook slaan op de inpassing van de wet in het
juridische, sociale economische of financiële bestel. Hier komt het aan na te gaan
of de wet op redelijke wijze de doelstellingen haalt die de wetgever bij goedkeuring
ervan voor ogen had.
Met slechts een klein aspectje te bespreken van het geheel zal het u duidelijk
geworden zijn – ten minste indien dat nog niet zo was – dat de toestand van onze
wetgeving ons gedompeld heeft in een totaal paradoxale en zeer ernstige situatie.
Aan de ene kant bleef het beleid door interne fundamentele tegenspraak volkomen
in gebreke om tijdig in te spelen op maatschappelijke fenomenen en maakte dit
onverantwoordelijk immobilisme mogelijk dat die fenomenen zijn uitgegroeid tot
volslagen onbeheersbare dimensies ten koste van een hele bevolking. Daar blijven
duizend en één grote achterpoorten en zwarte gaten in de wetgeving die het
mogelijk maken de Staat leeg te zuigen ten nadele van elke burger en ten nadele
van de werking van de instellingen die het dak ervan moeten ondersteunen.
Het Openbaar Ministerie en Justitie kunnen het oneigenlijk gebruik of misbruik van
de wet meestal slechts met lede ogen ondergaan terwijl het misbruik de werking
van Justitie dan weer onvoorstelbaar belast. Aan de andere kant blijven we
geconfronteerd met het verschijnsel van de overlegalisering waarbij het
overheidsingrijpen tot in de kleinste vezels van ons sociaal weefsel is
doorgedrongen en een blijvende onoverzichtelijke en inconsistente lawine van
normen wordt uitgebraakt.
12
Met deze mercuriale klaag ik deze toestand van ernstig democratisch deficit aan en
stel de vraag aan elke politieke verantwoordelijke en aan de verantwoordelijke
politieke partijen hoelang zij nog zullen dulden dat we verder afstevenen op een
E.D.E., namelijk een “end of democracy event”.
In de rede die ik straks zal uitspreken voor het hof van beroep zal ik ingaan op alle
initiatieven die het Openbaar Ministerie ontplooit om beter te functioneren en zijn
moderniseringsbeweging ondanks de benarde tijden verder te zetten. Voor ons
geldt immers maar een vraag “Change? Yes we can!”.
Yves Liégeois
Procureur-generaal
1 september 2011

Getagd als: , , , , , , , ,

Gecategoriseerd in:Actualiteit, Immigratie en asiel

%d bloggers liken dit: