fors polariserend

De Kroatische onafhankelijkheidsoorlog (1991-1995) (Deel 3 en slot): Tegenaanval en bevrijding van Knin

Op 5 augustus viert Kroatië de dag van de overwinning, want op die dag werd in 1995 het laatste stuk door Serviërs bezette grondgebied – de stad Knin in de streek Krajina- door het Kroatische leger bevrijd.  Daarom op RechtsActueel enkele zomerse artikelen over de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog (1991-1995); dit is deel 3 (slot).

In de tegenaanval

De drie maanden vertraging in Vukavor hadden ervoor gezorgd dat de rest van Kroatië nu volledig gemobiliseerd was en klaar was voor een strijd tot de laatste man.  Op 5 oktober hield president Franjo Tudman een toespraak waarin hij de ‘totale Kroatische mobilisatie’ tegen ‘het Groot-servische imperialisme’ afkondigde.

Naarmate het jaar naar zijn einde liep gingen de Kroaten voluit in het tegenoffensief.   Een offensief van het JNA nabij Pacrac werd tot staan gebracht en grote gebieden werden heroverd.  Het JNA en  Servische paramilitairen moesten overal terugtrekken.

Op 14 november 1991 ging Kroatië het gevecht aan met een aantal oorlogsschepen die zijn havens blokkeerden.  Ze werden bestookt, beschadigd of tot zinken gebracht en ook hier moest het JNA dus bakzeil halen; het leger kon voortaan enkel actief zijn in het zuiden van de Adriatische zee.  De confrontatie werd bekend als de slag om de Dalmatische kanalen.  Een schip werd deels tot zinken gebracht, daarna opgepikt door Kroaten en opnieuw in de vaart gebracht als Kroatisch schip.  ( Een Kroaat vertelde me begin jaren ’90 dat hij betrokken was bij een geheime groep die in een marinebasis een geïmproviseerde torpedo had gebouwd voor deze aanval.  Veel later las ik dat een Joegoslavisch schip inderdaad met zo’n zelfgebouwd tuig deels tot zinken werd gebracht.)

Tijdens november en december 1991 werd er overal bikkelhard gevochten met winst voor de Kroaten op alle fronten.  Tijdens de tweede helft van 1991 stierven naar schatting 10.000 mensen, terwijl tienduizenden aan beide kanten op de vlucht moesten voor de oorlog.

In dezelfde periode begonnen vredesbesprekingen onder leiding van de Verenigde Naties hetgeen leidde tot een staakt-het-vuren begin 1992. Een VN-vredesmacht, UNPROFOR, werd in Kroatië gestationeerd om toe te zien op het bestand.  In grote lijnen werd vastgelegd dat de interne grenzen, zoals ze destijds binnen het federale Joegoslavië waren vastgelegd, niet konden gewijzigd worden tenzij dat vrijwillig gebeurde.  Bijgevolg begon het JNA zich geleidelijk aan terug te trekken uit Kroatië, voor een groot deel richting Bosnië, waar (terecht) een nieuw grootschalig conflict verwacht werd.

De door de Serviërs veroverde gebieden in Kroatië bleven echter stevig in handen van de Servische milities en de door niemand erkende ‘Servische republiek Krajina’.  Nog steeds bleef een derde van Kroatië dus bezet.  Nog steeds werden Kroaten daar op de vlucht gejaagd richting Kroatië.

In de loop van 1992 voerde Kroatië een aantal beperkte en succesvolle militaire acties uit, om de JNA tot verdere terugtrekking te dwingen en bv. de omsingeling van Dubrovnik te breken.

In 1993 voerde het Kroatische leger twee geslaagde offensieven uit.  Met operatie Maslenica werd ten koste van 110 gesneuvelde Kroatische soldaten en 490 Servische gesneuvelden de landverbinding tussen Zagreb en de stad Zadar heroverd.  Tussen 9 en 17 september werd gevochten in operatie Medac Pocket nabij de stad Gospic, om een Servische enclave van waaruit de stad beschoten werd te elimineren.  De opflakkering van de strijd zorgde ervoor dat de Veiligheidsraad van de VN in oktober 1993 bevestigde dat de door Serviërs bezette gebieden deel uitmaakten van Kroatië, een stevige politieke opsteker voor de Kroaten.

In 1994 bleef het Kroatische front relatief rustig maar verplaatste het zwaartepunt zich naar Bosnië-Herzegovina.  Nadat Kroaten en Bosnische moslims aanvankelijk met elkaar gevochten hadden, vormden ze een alliantie die de strijd aanging tegen het Servische deel van Bosnië.  Het Kroatische leger ontwikkelde steeds effectievere strijdmachten die doorheen Bosnië steeds dichter oprukten richting Knin, de hoofdstad van de ‘Servische republiek’.

1995 werd het jaar van de Kroatische overwinning.  Onder steeds zwaardere internationale druk liet Servië de steun aan de Servische republiek Krajina geleidelijk aan varen.  In mei 1995 voerde het Kroatische leger met succes operatie Flash uit in West-Slavonië, in de buurt van de stad Pacrac, waarbij grote gebieden opnieuw onder Kroatisch gezag werden gebracht.  (De gebieden werden nauwelijks enkele maanden later bezocht door de Zomeruniversiteit van de Vlaams Belang Jongeren in 1995).

Operatie Storm en de bevrijding van Knin

Juli 1995 leidde tot een climax van de Bosnische oorlog, waar zogezegd ‘veilige enclaves’ overrompeld werden door Servische milities die vervolgens de massamoord van Srebrenica uitvoerden.  Kroatië besloot dat de enclave van Bihac in geen geval mocht vallen, en besloot in het offensief te gaan.    Op 4 augustus 1995 begon operatie storm, met 100.000 Kroatische soldaten het grootste landoffensief in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.  De operatie was een volledig succes en al op 8 augustus waren alle doelstellingen bereikt.

Wat er vervolgens in Krajina gebeurde is omstreden.  Tienduizenden Serviërs ontvluchtten de streek, volgens de enen onder dwang, volgens anderen omdat zij (terecht) de wraak vreesden van de terugkerende Kroaten die zij eerder zelf verdreven hadden.  Vast staat dat vervolgens 85.000 eerder verdreven Kroaten zich opnieuw in de streek vestigden.

De oorlog werd symbolisch beëindigd met een aangrijpende ceremonie op 5 augustus, waarbij de Kroatische vlag opnieuw gehesen werd boven Knin, in aanwezigheid van president Tudman en alle Kroatische generaals.  Eén van hen was Ante Gotovina.  Geboren in 1955 had die zich onderscheiden als soldaat van het Franse Vreemdelingenlegioen, o.a. bij de acties in Zaïre (Kolwezi), en hij had zich bij het uitbreken van de onafhankelijkheidsoorlog naar zijn geboorteland gerept om zijn militaire ervaring ten dienste te stellen van het jonge Kroatische leger, en zijn militaire kwaliteiten zorgden ervoor dat hij snel een belangrijke rol speelde.

Gotovina werd later vervolgd en veroordeeld in Den Haag voor ‘operatie storm’, vooral voor de dood van 150 Serviërs.  Kroatië zelf heeft – zoals het hoort – tientallen individuele soldaten veroordeeld voor misdrijven gepleegd in oorlogstijd;  vele Kroaten weigeren dan ook te aanvaarden dat Gotovina als bevelvoerend generaal zelf fouten zou begaan hebben, en voor vele Kroaten blijft hij dan ook een held.

5 augustus is sindsdien in Kroatië de dag van de overwinning en van de veteranen.  Het enige stuk Kroatië dat na operatie Storm nog bezet was, was de streek van Oost-Slavonië rond Vukovar.  Tudman dreigde met militaire actie en verplaatste troepen in die richting.  Uiteindelijk werd afgesproken dat de Serviërs de streek vrijwillig zouden overdragen.  In 1998 kwam Vukovar terug onder Kroatisch gezag, waardoor de bevrijding van het volledige grondgebied een feit was.

President Franjo Tudjman mocht het dus nog meemaken dat Kroatië vrij en herenigd was.  Als om een hoofdstuk af te sluiten overleed hij in 1999 op 77-jarige leeftijd.

Getagd als: , , ,

%d bloggers liken dit: